
| Harry Potter en de Methoden van de Rationaliteit
Author: thijsel Een Nederlandse fanvertaling van Harry Potter and the Methods of Rationality van Less Wrong. Petunia is getrouwd met een biochemist, en Harry is opgegroeid met wetenschap. Toen kwam de Zweinsten-brief, en een hele nieuwe wereld die niks weet van wetenschap. En nieuwe vrienden, zoals Hermelien, Professor Anderling, en Professor Krinkel.
Rated: Fiction T - Dutch - Drama/Humor - Harry P. & Hermione G. - Chapters: 2 - Words: 3,828 - Favs: 1 - Updated: 07-03-12 - Published: 07-02-12 - id: 8278180
|
|
A+ A- |
Disclaimer: HPMoR is eigendom van Less Wrong, Harry Potter is eigendom van J.K. Rowling.
Elke millimeter van de muur is bedekt met boekenkasten. Elke boekenkast heeft zes planken, en gaan bijna tot aan het plafond. Sommige boekenplanken zijn tot aan de bovenkant volgestapeld met hardback-boeken: wetenschap, wiskunde, geschiedenis, en al het andere. Andere planken hebben twee lagen van paperback science fiction, de achterste laag boeken op oude dozen doeken en stukken hout, zodat je de achterste laag boven de voorste boeken kan zien. En het is nog steeds niet genoeg. Boeken zijn overal op de tafels en de sofa's en maken kleine hopen onder de ramen.
Dit is de woonkamer van het huis van Professor Michael Verres-Evans, Mrs. Petunia Evans-Verres en hun geadopteerde zoon Harry James Potter-Evans-Verres.
Er ligt een brief op de tafel in de woonkamer, en een gele perkamentachtige envelop zonder postzegel, met de naam Meneer H. Potter in felgroene inkt.
De professor en zijn vrouw praten fel tegen elkaar, maar schreeuwen niet. De professor vindt schreeuwen onbeschoft.
"Je maakt een grapje," zei Michael tegen Petunia. Aan zijn stem te horen was hij bang dat ze serieus was.
"Mijn zus was een heks," herhaalde Petunia. Ze keek bang, maar toch stond ze haar mannetje. "Haar man was een tovenaar."
"Dit is absurd!" zei Michael fel. "Ze waren bij onze bruiloft - ze kwamen langs tijdens kerst -"
"Ik vertelde ze dat jij het niet mocht weten," fluisterde Petunia. "Maar het is waar. Ik heb dingen gezien -"
De professor rolde met zijn ogen. "Schat, ik begrijp dat je niet bekend staat met de sceptische literatuur. Je zou je niet kunnen indenken hoe makkelijk het is voor een getrainde goochelaar om het blijkbaar onmogelijke te faken. Herinner je je nog dat ik Harry leerde om lepels te buigen? Als het leek dat ze altijd konden raden wat je dacht, dat heet 'cold reading' -"
"Het was niet als lepels buigen -"
"Wat was het dan?"
Petunia beet op haar lip. "Ik kan het je niet vertellen. Je zou denken dat ik -" ze slikte. "Luister, Michael. Ik was niet - altijd zo -" Ze maakte een gebaar naar haarzelf. "Lily deed dit. Omdat ik - omdat ik haar smeekte. Jarenlang heb ik haar gesmeekt. Lily was altijd mooier dan ik, en ik... Ben daarom gemeen tegen haar geweest, en toen kreeg ze magie, kan je je voorstellen hoe ik me voelde? En ik smeekte haar om wat van die magie op mij te gebruiken zodat ik ook mooi zou zijn, zelfs als ik niet haar magie kon hebben, kon ik op zijn minst mooi zijn."
Tranen glinsterden in Petunia's ogen.
"en Lily zei nee, en ze bedacht de meest belachelijke smoesjes, zoals dat de wereld zou vergaan als ze aardig was tegen haar zus, of dat een centaur haar heeft gezegd dat niet te doen - de meest belachelijke dingen, en ik haatte haar daarvoor. En toen ik net had afgestudeerd ging ik uit met ene Herman Duffeling, hij was dik en hij was de enige jongen die tegen me wilde praten. En hij zei dat hij kinderen wilde, en dat zijn eerste zoon Dirk zou heten. En ik dacht, wat voor ouder noemt zijn kind Dirk Duffeling? Het was net alsof ik mijn hele toekomstige leven voor me uit zag gaan, en ik kon er niet tegen. En ik schreef mijn zus en zei dat als ze me niet zou helpen, dat ik dan liever gewoon -"
Petunia stopte.
"In elk geval," zei Petunia met een kleine stem, "gaf ze toe. Ze zei dat het gevaarlijk was, en ik zei dat het me niks meer uitmaakte, en ik dronk een toverdrank en ik was wekenlang ziek, maar toen ik mijn huid schoonmaakte en zo... Was ik mooi, mensen waren aardig tegen me," haar stem hakkelde, "en daarna kon ik mijn zus niet meer haten -"
"Schat," zei Michael, "je werd ziek en je kwam wat aan. Of je veranderde je dieet omdat je ziek was -"
"Ze was een heks," herhaalde Petunia. "Ik heb het gezien."
"Petunia," zei Michael een beetje geprikkeld. "je weet zelf dat dat onmogelijk is. Moet ik echt uitleggen waarom?"
Petunia zag eruit alsof ze op het punt stond om in huilen uit te barsten. "Schat, ik weet dat ik geen discussies van je kan winnen, maar alsjeblieft, je moet me vertrouwen -"
"Pap! Mam!"
De twee stopten en keken naar Harry alsof ze vergeten waren dat hij er ook was.
Harry ademde diep in. "Mam, jouw ouders hadden geen magie, of wel?"
"Nee," zei Petunia.
"Dan wist niemand in je gezin van magie af tot Lily haar brief kreeg. Hoe werden zij ervan overtuigd?"
"ah..." zei Petunia. "Ze stuurde geen brief. Ze stuurden een professor van Zweinstein. Hij -" haar ogen schoten even naar Michael. "Hij liet ons wat magie zien."
"Dan hoeven jullie hier niet over te ruziën," zei Harry, hopend dat ze deze keer naar hem zouden luisteren. "Als het waar is, kunnen we gewoon een Zweinstein-professor laten komen en de magie zelf zien, en pap zal toegeven dat het waar is. Als niet, dan zal mam toegeven dat het dat niet is. Dat is waar de experimentele methode voor is, zodat we nergens over hoeven te ruziën."
De professor draaide zich om en keek naar Harry. "O, serieus Harry, magie? Ik dacht dat jij wel beter zou weten dan dit serieus te nemen, zoon, zelfs als je maar tien bent. Magie is zo'n beetje het meest onwetenschappelijke ding dat er is!"
Harry bewoog bitter zijn mond. Hij werd goed behandeld, waarschijnlijk beter dan de meeste kinderen. Harry is naar de beste basisscholen geweest - en toen dat niet werkte kreeg hij de beste tutoren. Harry werd altijd aangemoedigd om wat hij wou te bestuderen, alle boeken te kopen die hij wilde, gesponsord in elke wetenschaps- of wiskundewedstrijd waaraan hij meedeed. Hij kreeg al het redelijke wat hij wou, behalve, misschien, het kleinste beetje respect. Een dokter die bioscheikunde gaf bij Oxford kon moeilijk verwacht worden te luisteren naar het advies van een kleine jongen. Je zou luisteren naar 'laat zien dat je geïnteresseerd bent', natuurlijk; dat is wat een goude ouder zou doen. Maar een tien jaar oude jongen serieus te nemen? Amper.
Soms wilde Harry schreeuwen tegen zijn vader.
"Mam," zei Harry. "Als je deze discussie wilt winnen met pap, kijk dat in hoofdstuk twee van het eerste boek van de Feynman Lectures on Physics. Daar is een stukje over dat filosofen veel zeggen over wat wetenschap absoluut benodigt, maar dat het allemaal fout is, omdat de enige regel in wetenschap is dat waarneming het belangrijkst is. Umm... Ik kan nu niet bedenken waar je iets kan vinden over dat het ideaal van de wetenschap is om dingen met een experiment op te lossen in plaats van met een ruzie -"
Zijn moeder keek naar hem en glimlachte. "Bedankt, Harry, maar -" ze keek naar Michael. "Ik wil deze discussie niet winnen. Ik wil gewoon dat mijn man eens luistert naar me, en me voor deze ene keer vertrouwt -"
Harry deed heel even zijn ogen dicht. Hopeloos. Allebei zijn ouders waren hopeloos.
Nu was het weer een van die ruzies, een waarin zijn moeder zijn vader zich schuldig probeerde te laten voelen, en waarin zijn vader probeerde zijn moeder zich dom te laten voelen.
"Ik ga naar mijn kamer," zei Harry met een beetje trillende stem. "Probeer hier niet te veel over te ruziën, mam, pap, we zullen het snel genoeg weten, toch?"
"Natuurlijk, Harry," zei zijn vader, en toen gingen ze door met ruziën terwijl Harry naar boven ging.
Hij deed de deur achter hem dicht en probeerde te denken.
Het grappige was dat hij het met zijn vader eens zou moeten zijn. Niemand heeft ooit bewijs gezien van magie, en volgens mam was er een hele magische wereld. Hoe kon iemand dat ooit geheim houden? Door magie? Dat klonk als een verdacht excuus.
Het zou vast moeten staan dat mam aan het grappen of liegen was, of gek aan het zijn. Als mam de brief zelf had gestuurd, zou dat verklaren hoe het zonder postzegel aan was gekomen. Een beetje gekheid was veel, veel waarschijnlijker dan dat het universum écht zo werkte.
Als het niet zo was dat een deel van Harry gelijk overtuigd was dat magie bestond, meteen toen hij de kaart zag van Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus.
Harry grimasde en wreef op zijn voorhoofd. Geloof niet alles wat je denkt, zeiden zijn boeken.
Maar die bizarre zekerheid... Harry verwachtte dat er een Zweinstein-professor langs zoe komen en met een toverstok zou zwaaien en dat er magie uit zou komen. Die rare zekerheid maakte geen poging om zich te verzetten tegen falsificatie - maakte niet vast excuses voor waarom er geen professor zou komen, of waarom de professor alleen maar een lepel zou kunnen buigen.
Waar kom je vandaan, rare predictie? Zei Harry tegen de gedachte in zijn brein. Waarom geloof ik wat ik geloof?
Gewoonlijk was Harry best goed in het beantwoorden van die vraag, maar in dit geval had hij geen idee wat zijn hersens dachten.
Harry haalde zijn schouders op. Tijd om die hypothese te gaan testen.
Hij pakte wat lijntjespapier en begon te schrijven.
Beste plaatsvervangend schoolhoofd
Harry pauzeerde; toen pakte hij een ander papier en klikte met zijn vulpotlood voor nog een millimeter grafiet.
Beste Minerva Anderling, plaatsvervangend schoolhoofd,
Of wie dit dan ook aangaat:
Ik heb recentelijk uw brief gekregen over acceptatie in Zweinstein, geadresseerd aan Meneer H. Potter. U bent wellicht niet op de hoogte dat mijn genetische ouders, James en Lily Potter dood zijn. Ik ben geadopteerd door Lily's zus, Petunia Evans-Verres, en haar man Michael Verres-Evans.
Ik been heel geïnteresseerd in Zweinstein, maar alleen als het echt bestaat. Alleen mijn moeder Petunia zegt dat ze weet over magie, en ze kan het niet zelf gebruiken. Mijn vader is heel sceptisch. Ik weet het niet zeker. Ik weet ook niet waar ik de boeken in uw brief kan krijgen.
Mijn moeder zei dat u een Zweinstein professor naar Lily Potter heeft gestuurd om te demonstreren dat magie echt was, en, veronderstel ik, om te helpen met de schoolmaterialen. Als u dat ook zou kunnen doen voor mijn eigen familie zou het heel behulpzaam zijn.
Groeten,
Harry James Potter-Evans-Verres.
Harry voegde hun adres toe, en toen vouwde hij de brief op en stopte het in een envelop, die hij adresseerde aan Zweinstein. Verdere consideratie leidde ertoe dat hij met een kaars kaarsvet op de flap ven de envelop liet vallen, waarin hij met een mes de initialen H.J.P.E.V. Indrukte. Als hij zich in deze gekheid ging mengen, dan maar met stijl.
Toen opende hij zijn deur en ging hij terug naar beneden. Zijn vader zat in de woonkamer een boek over hogere wiskunde te lezen om te laten zien hoe slim hij was en zijn moeder was in de keuken een van zijn vaders favoriete gerechten te bereiden om te laten zien hoe veel ze van hem hield. Het zag er niet uit alsof ze tegen elkaar praatten. Hoe eng die ruzies ook zijn, niet ruziën was op een of andere manier veel erger.
"Mam," zei Harry in de stilte, "Ik ga de hypothese testen. Hoe stuur je volgens jouw theorie een uil naar Zweinstein?"
Zijn moeder draaide zich om naar Harry om naar hem te staren, geschokt kijkend. "Ik - Ik weet het niet, ik denk dat je gewoon een magische uil moet hebben."
Dat had heel verdacht moeten klinken, o, er is dan geen manier om je theorie te testen, maar die rare zekerheid in Harry wilde zijn neus er nog verder in steken.
"Nou, de brief kwam wel hier," zei Harry, "Dus ik zal het gewoon maar buiten rondzwaaien en roepen 'brief voor Zweinstein!' en kijken of een uil het mee komt nemen. Pap, wil je komen kijken?"
Zijn vader schudde zijn hoofd kort en ging verder met lezen. Natuurlijk, dacht Harry in zichzelf. Magie was een schandelijk iets waar alleen domme mensen in geloofden. Als zijn vader zo ver ging dat hij de hypothese zou testen, of zelfs toekijken terwijl het getest werd, zou het voelen alsof hij zichzelf daarmee associeerde...
Toen Harry de achterdeur uitstompte naar de tuin realiseerde hij zich dat als een uil de brief zou komen ophalen, hij moeite zou hebben het tegen zijn vader te zeggen.
Maar dat kan niet echt gebeuren, toch? Het maakt niet uit wat mijn hersenen geloven. Als een uil echt die envelop uit mijn hand zal grissen, zal ik wel belangrijkere bezorgdheden hebben dan wat pap zegt.
Harry ademde diep in en tilde de envelop hoog in de lucht.
Hij slikte.
Brief voor Zweinstein! Roepen terwijl je een envelop hoog in de lucht vasthoudt in je eigen achtertuin was... eigenlijk best wel beschamend, nu hij er over nadacht.
Nee. Ik ben beter dan pap. Ik zal de wetenschappelijke methode gebruiken, zelfs als ik me er stom door voel.
"Brief -" zei Harry, maar het kwam eruit als een gefluisterd gekwaak.
Harry verzamelde zijn moed en schreeuwde in de lucht, "Brief voor Zweinstein! Kan ik een uil krijgen?"
"Harry?" vroeg een geamuseerde vrouwenstem, een van de buren.
Harry trok zijn hand terug alsof hij in de fik stond en verstopte de envelop achter zijn rug alsof het drugsgeld was. Zijn hele gezicht was rood van schaamte.
Het gezicht van een oude vrouw stak boven de schutting uit. Mevrouw Vaals, zijn occasionele babysitter. "Wat doe je, Harry?"
"Niks," zei Harry. "gewoon - een heel rare theorie testen"
"heb je je acceptatiebrief gekregen van Zweinstein?"
Harry bevroor.
"ja," zei Harry een beetje later. "ik kreeg een brief van Zweinstein. Ze zeiden dat ze een uil wilden voor 31 juli, maar -"
"Maar je hebt geen uil. Arme schat! Ik snap niet wat ze dachten, je gewoon de standaard brief geven."
Haar arm kwam geopend over de schutting en Harry gaf haar de envelop, niet nadenkend.
"Laat het maar aan mij over," zei mevrouw Vaals, "en ik zal wel wat regelen."
En ze verdween van achter de schutting.
Er was een lange stilte in de tuin.
En toen zei een jongensstem, kalm en rustig, "Wat."
A/N: dit is mijn eerste Nederlandse fanfic, en ook mijn eerste vertaling. En ja, het is een raar einde van het hoofdstuk, vind ik ook, maar *haalt zijn schouders op* ach, het is een vertaling. (wow, dat is veel moeilijker te typen dan *shrugs*)
|
||||||