Hoofdstuk 1. Een indringer

Verschrikt werd ze badend in het zweet wakker. Ze keek om zich heen en zag tot haar opluchting dat ze in haar eigen kamer was. Het was al de vierde keer deze week dat ze door zo'n nachtmerrie wakker werd. De nachtmerries gingen allemaal hetzelfde, steeds werd ze door haar stalker gevolgd, totdat ze in een doodlopend steegje terechtkwam en geen kant meer op kon. Ze wilde gaan gillen, maar dat lukte haar niet. Hij kwam op haar afgelopen met zijn toverstok op haar gericht. Ze zat in de val en kon niet meer bij haar eigen toverstok komen. Net voordat hij haar iets zou gaan aandoen, werd ze wakker.

Ze was nog aan het bijkomen van haar droom, toen ze ineens iemand op haar deur hoorde kloppen. Ze schrok. Het zou toch niet haar stalker zijn. Ze kroop weg onder haar dekbed in de hoop dat het kloppen zou stoppen. Even dacht ze dat het gestopt was, maar toen hoorde ze het weer, nu mogelijk nog harder.

"Ginny, doe de deur open! Ik ben het Ron!"

Ginny zuchtte en zucht van verlichting toen ze hoorde dat het alleen maar haar broer was en deed snel een ochtendjas aan om vervolgens de deur open te doen.

"Ginny, waarom duurde het zolang voordat je de deur opendeed?"

"Sorry Ron, ik lag te slapen", antwoordde Ginny.

"Te slapen? Door dat harde geklop heen? Maar jij was altijd zo een lichtte slaper. Weet je zeker dat er verder niets aan de hand is? Heb je soms weer zo een nachtmerrie gehad?"

Ginny zuchtte en knikte in verslagenheid. Ze had Ron nooit moeten vertellen over haar nachtmerries. Hij was altijd al bezorgd, maar was nu echt overbezorgd om haar.

"Dit kan zo niet doorgaan", zei Ron vastbesloten.

"Ron, het was alleen maar een nachtmerrie", zei Ginny die de bezorgdheid van haar broer maar niets vond.

"Onzin", zei Ron. "Het zijn niet alleen de nachtmerries Gin en dat weet je. Het stalken van hem heeft nu lang genoeg geduurd en het wordt tijd dat er wat aan gedaan wordt."

"Wat wou je gaan doen Ron? Me dag en nacht bewaken?", zei Ginny sarcastisch.

"Nou, dat is eigenlijk nog helemaal niet zo een slecht idee", zei Ron.

"Ron, je weet dat dat onmogelijk is met het werk wat je doet, bovendien denk ik ook niet dat Hermelien het erg op prijs zal stellen als haar vriend dag en nacht bij mij is."

"Nee, dat is waar", zei Ron zuchtend. "Maar ik kan er misschien wel voor zorgen dat iemand anders jou beschermt. Een schouwer bijvoorbeeld."

"Ron! Dat meen je toch niet serieus hè? Je denkt toch niet dat een schouwer mij gaat beschermen. En hoe zou hij dat dan moeten doen? Dag en nacht bij me blijven ofzo?"

"Inderdaad", zei Ron, tevreden dat hij zo een goed idee bedacht had.

"Ron, dat is toch onmogelijk", zei Ginny.

"We zullen zien. Maar ga je je nog omkleden of was je van plan om zo naar je werk te gaan?"

Ginny keek op de klok en schrok toen ze zag hoe laat het al was. Zonder nog wat tegen Ron te zeggen liep ze naar haar slaapkamer waar ze zich snel omkleedde. Ze liep de kamer weer in en zag Ron nog steeds staan.

"Sorry Ron, ik vond het erg gezellig dat je kwam, maar ik moet nu echt gaan", zei Ginny.

"Wacht! Ik loop met je mee", zei Ron terwijl ze samen Ginny's appartement uitliepen.

Het appartementencomplex was goed beveiligd, want het was onmogelijk om erin te verschijnselen of verdwijnselen. Samen liepen ze naar de straat achter het appartementencomplex waar Ginny verschijnselde naar St. Mungo's, het ziekenhuis waar ze werkte als heler. In haar laatste jaar op Zweinstein deed ze extra goed haar best en kreeg het voor elkaar om een studiebeurs te bemachtigen. Dit zorgde ervoor dat ze haar droom kon waarmaken en de dure opleiding van heler kon gaan volgen.

Uitgeput verschijnselde ze weer in de straat achter haar appartementencomplex. Het was weer een zware dag geweest. Ze was vanmorgen al erg laat op haar werk aangekomen en dit zorgde ervoor dat ze de hele dag achter op schema liep. Nog erger was dat ze weer wat van haar stalker had gehoord. Er werd vandaag weer een bos bloemen bezorgd voor haar met een kaartje eraan. Voor ieder ander had dit een mooi gebaar geleken, van een geheime liefde ofzo, maar Ginny wist wel beter. Ze had het kaartje gelezen en haar handen begonnen te trillen toen ze het las. Er stond: Ik hou je in de gaten. Hoop dat je fijn gedroomd hebt.

Ginny schrok toen ze het las. Hoe kon hij nu ook al weten dat ze nachtmerries over hem had. Ze had de bloemen samen met het kaartje snel weggegooid en het had een half uur geduurd voor haar om weer een beetje kalm te worden, en zich ervan te verzekeren dat hij nu niet bij haar in de buurt was. Ze begon nu alweer te rillen als ze eraan terugdacht.

Snel liep ze naar haar appartement waar ze voorzichtig de deur openmaakte, toen ze ineens geluiden hoorden komen uit haar woonkamer. Een enorme angst bekroop haar en ze greep gelijk naar haar toverstok. Zou hij dan nu zelfs in haar appartement zijn gekomen? Ze kon het niet geloven. Haar handen begonnen te trillen terwijl ze voorzichtig een stap richting de kamer waar het geluid vandaan kwam zette. Wat moest ze doen? Veel tijd om hier nog langer over na te denken had ze niet, aangezien de woonkamerdeur openging en er iemand op haar kwam afgelopen. Ze hield haar adem in. Ze wist dat ze nu iets moest doen, maar haar lichaam werkte niet mee en ze bleef als versteend stilstaan. Met alle wilskracht die ze nog in haar had kreeg ze het voor elkaar om haar toverstok in de richting van de deur te richten, maar voordat ze ook maar een spreuk kon zeggen hoorde ze iemand "Expelliarmus" roepen en haar toverstok vloog uit haar handen.

Oh geweldig, een of andere gek komt op me af en ik ben niet eens gewapend, dacht Ginny. Snel pakte ze het eerste wat voor een wapen door kon gaan, wat een paraplu bleek te zijn. Ze zuchtte, hoe moest ze ooit iemand verslaan met een paraplu, terwijl de ander gewapend was met een toverstok. Ze besloot om maar voor het verrassingseffect te kiezen en hield de paraplu omhoog, klaar om er iemand mee te slaan. Ze liep zachtjes naar de al openstaande deur toe en zag daar haar indringer al staan. Ze verzamelde al haar kracht om hem hard te slaan, maar net voordat de paraplu hem zou raken blokte hij hem, sloeg de paraplu uit haar handen en hield haar vast in een soort houtgreep. Ginny probeerde om los te komen, maar de persoon die haar vasthield was gewoon veel sterker, waardoor het onmogelijk was om los te komen.

"Wel wel Wezelin, wat hebben we hier."

"Malfidus?", zei Ginny.