Chapter four

Opheldering

Voorzichtig opende Harry zijn ogen en keek rond; hij lag in het gras naast de prachtige vijver.
Een fris briesje speelde met de blaadjes van de bomen. Harry rilde; hij was kletsnat. Het duurde even voor hij zich herinnerde wat er gebeurd was; hij had Hermelien en Ron bedreigd en door Hermeliens ontwapeningsspreuk was hij in de vijver terecht gekomen.
Harry hoorde stemmen, voorzichtig hief hij zijn hoofd op; het waren de leden van de Orde van de Feniks die diep in gesprek waren. Harry had geen zin om te luisteren waarover ze het hadden; hij legde zijn hoofd weer neer en staarde wat voor zich uit. Donkere wolken verschenen aan de hemel en voorspelde onweer; het begon harder te waaien.
Niemand scheen te merken dat Harry wakker was; niemand had oog voor hem, het kon Harry ook niet veel schelen. Donder kondigde het onweer aan, regen viel naar beneden. Eén van de tovenaars van de Orde toverde een soort afdakje waar wel vijftig mensen onder konden staan. De wind wakkerde aan; de takken van de bomen gingen hevig heen en weer met de wind. Een bliksemflits daalde af naar de aarde en raakte een enorme boom; de boom vloog in brand. De boom stond niet ver van Harry verwijderd; de hitte die de vlammen uitstraalde, kon Harry voelen. Het begon steeds harder te waaien zijn zwarte haren wapperden in de wind. De volgende donderslag werd onmiddellijk gevolgd door een prachtige maar gevaarlijke bliksemflits. Een enorme rukwind zorgde ervoor dat de brandende boom omviel, toen de boom de aarde raakte voelde Harry de grond trillen. De boom lag drie meter van Harry verwijderd. Vlammen laaide hoger op. Harry rilde, ook al was het nog zo heet.
Voetstappen kwamen steeds dichterbij, Harry hoorde dat ze naast hem ophielden. Twee handen pakte hem op en zette hem op zijn voeten, het was Perkamentus.
Harry's blik dwaalde af, de vlammen op de omgevallen boom dansten in de gierende wind. Zijn blik gleed naar het schuilstalletje waar de leden van de Orde onder scholen voor de regen, Ron en Hermelien stonden er ook. Zijn blik kruiste die van zijn vrienden.
Withete pijn verspreidde zich over Harry's litteken, op hetzelfde moment sprong Hermelien van schrik achteruit, de mensen van de Orde staarden hem bang aan. Duisternis verplaatste zich over Harry's oogleden. Hij zag niets meer maar voelde nog wel hoe hij met een harde smak op de grond viel.

Toen Harry zijn ogen opende, bevond hij zich in een witte kamer. Alles was wazig want iemand had zijn bril afgezet. Hij strekte zijn arm uit en taste rond op het kastje totdat hij zijn bril eindelijk vond. Hij bevond zich in een keurige ruimte waar een twaalftal bedden in stonden. Naast elk bed stond een donker, houten nachtkastje. Ook konden er rond elk bed gordijnen geschoven worden. De augustuszon scheen vrolijk door het raam, vogeltjes floten hun zomerlied. Harry kende de ziekenzaal van Zweinstein goed, te goed. Het duurde even voor hij besefte wat er gebeurt was. Met een hol gevoel dacht hij terug aan de gebeurtenissen van die dag. De knal op de Wegisweg, het rare gevoel van haat, de storm, de boom en de withete pijn in zijn litteken. Versuft keek hij rond. waarom was hij hier?
Net op dat moment ging de witte deur van de ziekenzaal open en kwam een oude tovenaar met een lang,grijs haar en een net zo lange,grijze baard binnen.
'Je bent wakker.' zei de tovenaar vriendelijk, zijn ogen (twinkelden vrolijk achter zijn halvemaanvormig brilletje. 'Alles goed?'
Harry haalde zijn schouders op. Perkamentus keek hem begrijpend aan.
'Wat is er gebeurd, Harry?' vroeg hij vriendelijk terwijl hij op een stoel ging zitten, die hijmet een zwaai van zijn toverstok, tevoorschijn had getoverd.
Harry slaakte een diepe zucht; hij had eigelijk geen zin om alles nog eens een keer te beleven.
De blauwe, meestal twinkelende ogen van Perkamentus straalden bittere ernst uit.
'Harry, het is belangrijk.' zei hij streng.
'Oké dan.' mompelde Harry stilletjes.
Hij begon te vertellen vanaf het moment dat ze in de Betoverende Beestenbazaar de enorme knal hadden gehoord.
Hij bleef vlot vertellen tot het moment dat hij een onvergetelijke vloek ging uitspreken. De blauwe ogen van Perkamentus keken Harry strak aan. Na even diep adem te halen ging Harry verder met zijn verhaal. Het was een enorme opluchting dat Perkamentus hem niet onderbrak.
' En toen werd ik hier wakker.' eindigde Harry zijn verhaal.
Even staarde Harry voor zich uit. De beelden speelden zich weer af voor zijn ogen alsof hij naar een film keek.
'Er is een ding wat ik niet snap.' mompelde Harry.
'En dat is?' vroeg Perkamentus vriendelijk. Ergens luidde er een klok, zo te horen was het vijf uur.
'Waarom al die mensen zo schrokken.' Perkamentus keek Harry schattend aan, aan zijn blik kon Harry zien dat hij niet van plan was dat aan Harry te vertellen.
'Wel, laat ik het zo zeggen,' begon Perkamentus een beetje nerveus. Het moest wel iets heel ergs zijn, want Harry had Perkamentus nog nooit nerveus gezien.
'We zagen de schim van Voldemort in je ogen.' vervolgde de oude man. Harry staarde verbluft voor zich uit; alle puzzelstukjes vielen op hun plaats.
'Maar professor, hoe komt het dat, dat –' begon Harry een beetje gespannen.
'Dat Voldemort je gevoelens beïnvloedt?' vulde Perkamentus aan, Harry knikte een beetje nerveus.
'Wel, vorig jaar heb je dingen gezien uit de gedachten van Voldemort, zoals de aanval op meneer Wemel.' vertelde Perkamentus rustig. 'volgens mij is hij nog een stapje verder gegaan. hoe hij het voor elkaar gekregen heeft, weet ik niet.' Harry had een vaag idee over wat komen ging.'hij is namelijk zo ver kunnen gaan dat hij nu je gevoelens kan beïnvloeden en, zoals je wel gemerkt hebt, kan dat gevaarlijk aflopen.'
Harry staarde verward voor zich uit, het was een schok om het te horen, ook al had hij het wel gedacht dat het zoiets zou zijn. Als Perkamentus gelijk had, en dat was waarschijnlijk ook wel zo, was het inderdaad gevaarlijk.
'Daarom, Harry, wil ik dat je weer Occulumentie gaat volgen bij professor Sneep.'
'Waarom bij Sneep? Waarom niet bij u?' vroeg Harry snel, hij dacht terug aan vorig jaar; de lessen gingen niet echt… geweldig.
'Om dat ik het een en ander nog moet uitzoeken.' antwoorde Perkamentus. 'Hier, ik heb nog iets voor je.' Hij overhandigde Harry een officieel uitziende enveloppe.
Harry pakte hem aan en opende hem nieuwsgierig. Het eerste wat hem op viel was dat de brief niet uit één stukje perkament bestond maar uit drie. Voorzichtig pakte hij het eerste stuk perkament uit de enveloppe en las het door:

S.L.I.J.M.B.A.L. UITSLAGEN
van
Harry James Potter

Het waren de S.L.I.J.M.B.A.L uitslagen! Harry was ze al bijna vergeten.

Verweer tegen de Zwarte Kunsten: Uitmuntend
Toverdranken: Boven verwachtingen
Kruidenkunde: Acceptabel
Geschiedenis van de Toverkunst: Slecht
Astronomie: & amp; amp; amp; nbsp; & amp; amp; amp; nbsp; & amp; amp; amp; nbsp; Slecht
Waarzeggerij: Dieptreurig
Spreuken en Bezweringen: Boven verwachtingen
Verzorging van Fabeldieren: Acceptabel
Gedaanteverwisselingen: Boven Verwachtingen

Harry was toch heel tevreden over zijn resultaten; dat waarzeggerij slecht ging zijn wist hij wel en het examen Geschiedenis van de Toverkunst had hij niet eens helemaal gemaakt. Een Uitmuntend voor Verweer tegen de Zwarte Kunsten had hij eigelijk wel verwacht.
'En, wat vind je van je resultaten?'vroeg Perkamentus.
'Goed, ik kan de vakken die ik nodig heb om Schouwer te worden, volgen.' Er verscheen een glimlach op het gezicht van Perkamentus nadat Harry was uitgesproken.
'Wel, ik moet gaan. Morgen begint het schooljaar terug en dus kun je ven goed hier blijven, niet?' zie Perkamentus terwijl hij opstond. Harry knikte. Met een simpele zwaai van Perkamentus' toverstok verdween de stoel naast Harry's bed weer.
'Tot morgen.' De oude man liep naar de deur en verdween er door.
Harry vouwde zijn resultaten weer keurig op en stopte ze weer in de enveloppe; nu was het ander stuk perkament aan de beurt. Het was de jaarlijkse herinnering van het tijdstip wanneer de Zweinstein expres op perron 9 ¾ vertrekt. Harry vroeg zich echt wel af wat er op de derde en laatste brief kon staan. Voorzichtig vouwde hij het stukje perkament open en begon het te lezen; zijn hart sprong op van vreugde; hij had nooit gedacht dat hij het ooit zou worden.

-----------------------------------------------------------

Previeuw: Next chapter:

'Waarschijnlijk wel,' antwoordde Hermelien. Rons blik dwaalde over de tafel Toen Harry's blik die van Rons ogen kruisten, las Harry de angst in zijn ogen. Een fractie van een seconde bleven ze elkaar aan staren en toen liep Ron snel door en ging samen met Hermelien tussen Katja Bell en Dennis Krauwel zitten. Harry staarde door de zaal. Waarom hadden Rons ogen angst uitgestraald toen hij Harry aankeek Was dat omdat hij hen had bedreigd?
De deuren van de Grote Zaal zwaaiden open en professor Anderling ging een rij met kleine eerstejaars voor. Ze had een krukje vast waar een rafelige Sorteerhoed op lag. Aan het einde van de rij liep Hagrid, die vrolijk naar Harry wuifde. Aan de Oppertafel aangekomen, beval Anderling de eerstejaars dat ze moesten wachten en zette het krukje met de Sorteerhoed neer.
Hagrid ging naast een onbekende, in het blauw gehulde man zitten. De scheur in de Sorteerhoed ging open en hij begon te zingen, zoals hij elk jaar weer deed. Maar Harry luisterde niet naar wat hij te zeggen had, hij was aan het piekeren over zijn vrienden en vooral over Ron

Thxx voor alle Reviews! Hoe meer Reviews, hoe sneller er een nieuwhoofdstuk komt want tot en met hoofdstuk 16 zijn ze af én verbeterd!