Hoofdstuk 3

Kai was druk bezig met het sporen onderzoek toen Holger aan boord de 'daphnia magna' kwam. "En iets gevonden?" vroeg hij aan Kai. "Veel bloedsporen. Een hele hoop vingerafdrukken. Ik mis alleen de onderzoeksresultaten." Kai scheen met zijn zaklamp op tafel en keek of hij is bruikbaars vond. Hij liet de lamp langzaam over de tafel glijden. "Bingo!" Hij pakte zijn pincet en pakte de haar die hij gezien had. "En we hebben DNA. Het is een zwarte korte haar, dus hij moet van de moordenaar zijn." "Breng alles meteen naar het lab als je hier klaar bent," zei Holger tegen hem. Norge knikte en ging verder. Holger liep naar buiten en verwijderde de schoenhoesjes die hij aan had en deponeerde die in de daarvoor bestemde zak.

Holger haalde zijn pasje door het apparaat en maakte de deur open. Jana kwam met een folder naar hem toegelopen. "Ayana's vader is niet de dader. Hij is drie jaar geleden in de gevangenis vermoord door zijn celgenoot," lichtte Jana toe. "Ik denk dat we moeten zoeken in de richting van de chemische stof." "Ik kom net van de boot vandaan. Kai kan de onderzoeksresultaten nergens vinden," vertelde hij. "Voor welk bedrijf werkten onze slachtoffers?" vroeg Jana. "Voor het bedrijf SWPA oftewel Sealife and Water Protection Agency. Het bedrijf ligt in Travemünde." "Wat is dat voor een bedrijf?" vroeg Wolfgang die naast Holger was komen staan. "Het bedrijf controleert dagelijks water van verschillende rivieren en op verschillende plaatsen in de Oostzee. Ook de dieren die daar leven horen daarbij." "Ok. Wolfgang en Kai, jullie gaan naar het bedrijf en kijk of jullie de onderzoeksresultaten te pakken kunnen krijgen." "Is prima." Wolfgang en Kai liepen de controlekamer uit en gingen direct naar het bedrijf. Ondertussen ging Holger naar het ziekenhuis om te kijken hoe het met Ayana ging.

Maya zat aan haar dochters bed toen Holger binnen. Holger bleef in de deur opening staan. Ayana leek veel op haar moeder. Het enige verschil was dat Maya blond was en Ayana roodharig was. Hij liep naar binnen en Maya merkte hem op. "Morgen," zei Holger en kuste Maya. "Morgen," zei ze terug. "Hoe gaat het met haar?" vroeg hij en ging naast haar zitten. "Hetzelfde," antwoordde ze. Plotseling voelde ze een beweging in haar hand. Maya leunde voorover. "Ayana? Kun je me horen?" vroeg ze. "Als je me kunt horen knijp dan in mijn hand," vroeg ze aan haar. Ayana kneep zacht is de hand van haar moeder. "Ayana? Kun je je ogen open doen? Alsjeblieft?" Ayana opende langzaam haar ogen, maar het licht in de kamer was te fel dus ze sloot haar ogen meteen. Holger stond op en trok de gordijnen dicht. Ayana opende haar ogen en keek om zich heen. "Wat is er gebeurd?" vroeg ze aan haar moeder. "Ik weet het niet. Misschien kun jij ons vertellen wat gebeurt is?" vroeg ze. Ayana dacht lang na. "We waren op de boot. Ik kwam net boven water na een duikgang toen ik een tweede boot naast onze boot zag liggen," vertelde ze. "Weet je hoe de boot heet?" vroeg Holger en pakte zijn notitieblok. "Nautica," antwoordde ze. "Toen ik aan boord klom werd er een pistool op me gericht. De man herkende ik niet, maar ik herkende de tweede persoon wel. Jan Gehlen…Tina's broer." Holger stond op en verliet de kamer. Hij liep naar buiten en pakte zijn mobiele. "Nils met mij. Ik heb de naam van de boot en van een van de mannen. De naam van de boot is 'Nautica' en de man heet Jan Gehlen. Kun jij eens kijken of die bij ons in het systeem zitten?" Holger hing op en stapte in zijn auto.

Tien minuten later arriveerde hij bij het hoofdkantoor. Toen hij binnenkwam zat Nils al op hem te wachten. "Kapitein? Hier zijn de gegevens waar u hebt om gevraagd." Holger bekeek de papieren en liep naar de radio. Hij draaide naar een andere frequentie. "Aan alle kustwachtboten. Dit is kapitein Ehlers. Willen jullie uitkijk houden naar de boot 'Nautica'. Aanboord bevinden zich twee moordenaars." Holger had nog niet de haak neergelegd toen de BG21 zich meldde. "Holger hier Stefan. We zijn op dit moment deze boot aan het achtervolgen. We wilden een routine controle uitvoeren en toen is hij op de vlucht geslagen." "Wat is jullie positie nu en in welke richting vaar je?" vroeg hij. Toen Stefan de positie en de richting had doorgegeven keek Holger op de kaartentafel. "We zoeken een plaats waar ze zich kunnen verschuilen." Kai kwam naast hem staan. "De enige plaats is hier," zei Kai en wees de plaats op de kaart aan. "Ok. Allemaal direct naar de Albatros. Jij ook Nils!" zei hij en rende de controlekamer uit.

Nog geen vijf minuten later vaarde de Albatros de haven van Neustadt uit. Holger was in het wapendepot en haalde zijn pistool uit de kast. Hij checkte het magazijn en deed het in het pistool. "Is iedereen klaar?" vroeg hij terwijl hij zijn kogelwerend vest aandeed. Hij zag zijn hele crew knikken. "Hoe lang nog?" vroeg hij aan Wolfgang. "We zijn er. De rest moet met de reddingsboot want het wordt te ondiep." Alex en Jana lieten de reddingsboot in het water stappen en iedereen ging van boord. "Albatros voor BG21. Albatros voor BG21." Sprak Holger door zijn microfoon. "Hij BG21. Zeg het maar Holger," zei Stefan. "Zijn jullie nog in achtervolging?" vroeg hij. "Ja, maar we moeten zo stoppen. Het wordt hier te ondiep," antwoordde hij. "Wat is jullie positie?" Stefan gaf hen de positie. "Ok. Dan hebben we goed gegokt. We zijn al op het eiland. De Albatros ligt aan de andere kant van het eiland, buiten zicht." Holger draaide zich en klopte Kai op zijn schouders. "Goed gegokt," zei hij. "We moeten het eiland afzoeken naar mogelijke schuilplaatsen. Jana, Kai en Wolfgang. Jullie gaan die kant op en de rest komt met mij mee."

Holger, Alex en Michael liepen stroomopwaarts van een rivier die ze gevonden hadden. "Nooit geweten dat hier ook een rivier liep," zei Alex verwonderd. "Ben jij Hier al vaker geweest?" vroeg Holger aan Alex. "Ik kwam hier vroeger vaak met mijn vader en broer. Zij gingen hier altijd vissen en ik ging altijd op onderzoek uit," zei ze tegen hen. "Maar deze rivier ben ik nog nooit tegen gekomen. En hij ziet er een beetje onnatuurlijk uit." "Daar heb je gelijk in," zei een instemmende Michael. "Laten we deze rivier volgen en kijken waar hij uitkomt," stelde Holger voor. "Prima," zei Alex. Na 15 minuten kwamen ze bij het punt dat de rivier een grot in ging. "Iemand heeft deze rivier aangelegd. Nu weet ik het zeker." Zei ze en wees naar de bovenkant van de heuvel. "Daar heb ik als kind vaak gespeeld en toen was hier geen rivier." Holger trok zijn wapen en Alex en Michael deden hetzelfde. Voordat ze de grot inliepen meldde Holger zich bij Wolfgang. "Wolfgang hebben jullie toevallig een rivier ontdekt?" vroeg hij aan hem. "Ja we zijn er net bij aangekomen." "Goed. Volg de rivier stroomopwaarts dan kom je uit bij een grot. Ik ga met Alex en Michael al op onderzoek uit." "Doe voorzichtig," waarschuwde Wolfgang. Ze liepen de grot in over een smal paadje dat net langs de rivier liep. Ze moesten hun evenwicht goed in de gaten houden want één misstap en ze lagen in het water. Na tien minuten zag Holger een licht branden in de grot. Holger en de anderen wachtten even, maar er was niemand te zien. Ze klommen de aanlegsteiger op en liepen naar de kant. Ze vonden een hele grote groep vaten met een doodskop aan de zijkant. Holger telde ze snel. "67 vaten met één of ander smerig goedje. Het kan zijn dat dit de onbekende stof is die we zoeken." Ze liepen verder de grot in en vonden nog meer vaten. Aan het einde van de gang kwamen ze een verlichtte ruimte binnen. Wat ze daar aantroffen hadden ze niet verwacht. Het was een drugslab. En in die vaten zaten natuurlijk de afvalproducten. Holger probeerde contact te maken met Wolfgang. Na twee keer proberen meldde zich Wolfgang. "Waar zijn jullie nu?" vroeg Holger. "We zijn net de aanlegsteiger opgeklommen," antwoordde deze. "We hebben net een drugslab gevonden. Als je de gang volgt kom je er vanzelf." Twee minuten later liepen Wolfgang, Kai en Jana de ruimte binnen.

Ondertussen waren op de mannen op de 'Nautica' in rep en roer. "Hoe heeft dit kunnen gebeuren?" schreeuwde Jan tegen zijn metgezel. "Ik weet het niet Jan," antwoordde hij rustig. "Ze zullen ons toch niet vinden." Langzaam stuurde hij de boot naar het vaste land. Niet ver van hun vandaan stroomde een rivier. Erik stuurde de boot richting de monding van de rivier. Aan het einde van de rivier gingen ze een grot binnen. Toen ze één kilometer de grot in waren gevaren kwamen ze uit op een verlichte aanlegsteiger. Erik meerde aan en klom van de boot. "Ze kunnen ons toch niet vinden dus relax een beetje." Plotseling hoorde ze beiden iets achter hun. "Dan vergis je je toch behoorlijk," zei Holger en richtte zijn wapen op Erik. "Kustwacht! Handen omhoog!" Erik en Jan deden wat gezegd werd. "Mooie verstopplaats heb je hier Meneer Gehlen. Dankzij Ayana hebben we jullie kunnen vinden," zei Holger tegen hen. "Ayana? Ik dacht dat ze d…" zei Erik maar kon zijn zin niet afmaken toen Jan hem in zijn maag stompte. "Hou je mond idioot!" schreeuwde hij. "Ze kunnen ons niks maken." "O nee, wat dacht je van de vaten met chemisch afval en je druglab?" zei Wolfgang. "Ik weet van niks!" zei Jan. "Kai!" riep Holger. Kai kwam aangelopen in een wit pak. "En iets gevonden?" vroeg Holger. "Ja, haren en speeksel," Erik keek naar Jan en Jan keek naar Erik. "Breng het meteen naar de Albatros," zei Holger tegen hem. De reddingsboor van de Albatros meerde aan, aan de aanlegsteiger. Jan en Erik stapten in de boot en werden naar de Albatros overgebracht.

Even later kwam Wolfgang in een beschermingpak de aanlegsteiger opgelopen. "Gruber wil dat we de laboratoriumspullen en één vat meenemen naar Neustadt," zei hij tegen Jana en Holger. "Dan kunnen we meteen testen of dat de rotzooi is die gedumpt is in de Oostzee." "Ok. 5 bemanningsleden van de BG21 blijven hier om de boel te bewaken," zei Holger. Toen de 5 mannen aankwamen, ging de rest van de Crew van de Albatros terug naar hun schip. Toen ze de haven van Neustadt binnen liepen stond de politie en Gruber op hen te wachten. Jan en Erik werden overgedragen aan de politie en Ehlers liep naar Gruber. "Goed werk," zei een tevreden Gruber. Wolfgang pakte het vat goed in en transporteerde het vat naar het laboratorium. Senna keek op van haar microscoop toen Wolfgang binnenkwam. "Hoi Senna. Zou jij kunnen controleren wat hier in dat vat zit. We denken dat het de onbekende chemische verbinding is," zei Wolfgang tegen haar. "Ok. Maar het is geen onbekende verbinding meer. Ik ben er achtergekomen dat het een afvalproduct is dat afkomstig is uit een druglaboratorium," vertelde ze Wolfgang. "drie maal raden waar dit vat vandaan komt," zei Wolfgang. "Hebben jullie de verdachten al opgepakt?" vroeg ze. "Ja, we zijn net terug. Als je dit zo snel mogelijk wilt controleren dat zou dat zeer prettig zijn." "Dat wil ik wel doen, maar dan moet er iemand bijblijven en alles documenteren wat ik doe." Wolfgang keek haar aan. "Ik kende de slachtoffers. Ik wil er niet van beschuldigd worden dat ik het bewijsmateriaal heb vervalst," legde ze uit. "Ok. Ik bel even met Ehlers en dan kunnen we aan de slag."

Ondertussen was Holger naar het ziekenhuis gereden. Hij hoorde lachende stemmen uit Ayana's kamer. Hij klopte op de deur en liep naar binnen. Ayana zat rechtop in bed te lachen om iets dat haar moeder zei. "Goedemorgen Dames," zei hij. Ayana keek naar haar moeder en zag haar knikken. "Hoi…" zei ze en keek naar zijn uniform. "Kapitein," zei ze er achteraan. Holger glimlachte. "Ik wilde jullie laten weten dat we Jan en Erik gearresteerd hebben en hun drugslaboratorium hebben ontmanteld. "Drugslab?" zei Ayana verbaasd. "Ja. De onbekende stof die jullie aan het onderzoeken waren is een afvalproduct van een nieuwe soort drugs." "Ik kan nog steeds niet geloven dat hij Tina en Sam heeft vermoord," zei ze triest. "Maar ik ben wel blij dat we nu weten wat zij uitspookten." "Hoe lang moet je nog in het ziekenhuis blijven?" vroeg Holger. "Als het goed is mag ze vanavond naar huis," vertelde Maya tegen hem. "Is het goed als ik jullie kom ophalen? Dan gaan we iets leuks doen," stelde hij voor. "Is prima," zei Ayana. Hij zag dat Maya ook instemmend knikte. "Ok. Dan zie ik jullie vanavond wel." Holger verliet de kamer en ging terug naar het hoofdkantoor. Holger was nog niet de controlekamer ingelopen toen Senna op de deur klopte. Holger opende de deur en liet haar binnen samen met Wolfgang. "Ik heb de resultaten van het onderzoek," zei ze en gaf Holger de map. Holger bladerde het rapport door en keek op. "Prima. Die twee verdwijnen voor tientallen jaren achter de tralies," zei hij tevreden. Gruber kwam binnen en Holger overhandigde het rapport aan hem. "Mooi," zei hij. "En dan heeft de hele Crew nu vrij!" "Bedankt," zei Holger en pakte zijn spullen. "Ga je nog wat mee drinken?" vroeg de Crew aan Holger. "Nee, ik kan helaas niet. Ik heb nog een afspraak. Ik zie jullie maandag wel weer," zei hij en liep de deur uit.

Einde….