Hoofdstuk 2.

De Albatros was bij Ton N, toen ze een noodoproep kregen. "Helena voor Kustwacht, Helena voor Kustwacht." Jan liep naar de radio toe. "Hier de Albatros. Wat kan ik voor u betekenen Helena?" vroeg hij. "Hier de Helena. Er is brand uitgebroken op de jacht 'Daphnia Magna'." De man gaf zijn positie door. "Ok. We zijn al onderweg." Jan ging direct naar de kapitein. "Kapitein we hebben een noodgeval. Hier is de positie." Jan gaf Holger het stukje papier en Holger liep naar de kaartentafel. "Nieuwe koers…205," riep Holger naar de bootsvrouw. "Wolfgang, zo hard als je kunt." Tien minuten later waren ze op de positie en zagen de persoon, die hoogstwaarschijnlijk contact had gezocht, bezig was met het vuur te blussen. "Er is nog iemand aanboord. Ik heb iemand horen huilen," zei de man tegen Wolfgang. "Ok. Ga terug naar uw eigen jacht. We redden ons hier wel." "Moet ik nog wachten of kan ik vertrekken?" vroeg de man aan Holger. "Kunt u nog even blijven. Ik wil u nog wat vragen stellen." Zara was inmiddels onderdek gegaan opzoek naar het kind. Ze hoorde plotseling een kreet en draaide zich om. "Waar ben je?" schreeuwde ze maar het geluid werd gedempt door het masker. Plotseling hoorde ze weer een kreet en dit keer was het niet ver van haar vandaan. Zara zag het meisje op de vloer zitten in een gehurkte positie. Ze pakte haar op en zo snel als ze kon ging ze naar buiten. "Kai!" schreeuwde ze toen ze haar masker af deed. Kai rende naar hun toe en onderzocht meteen het kleine meisje.

Holger liep de EHBO kamer binnen en zag dat het meisje in de armen van Kai inslaap was gevallen. "Hoe gaat het met haar?" fluisterde Holger. "Goed gezien de omstandigheden maar…" zei Kai en keek naar het meisje. "Weet u van wie de jacht is?" vroeg hij. "Hoezo?" vroeg Holger. "Ik geloof dat ze me niet verstaat." "Ok. Ik laat meteen uitzoeken van wie deze jacht is, mede omdat ze alleen aanboord was," zei Holger tegen Kai. Holger liep de brug op en zocht Jana. "Jana? Weten we al van wie de jacht is?" vroeg hij. "Ja, de jacht is van het Duitse echtpaar von Amsberg en die hebben een dochtertje genaamd Charlotte." Jana gaf de file aan Holger. "Dat is raar." Holger liep terug naar de EHBO kamer en keek naar het meisje. "Het was een Duits schip," zei hij tegen Kai en merkte dat het meisje specifiek naar zijn gezicht keek. "Ik ben Holger. Wie ben jij?" vroeg hij. Ze maakte een paar bewegingen met haar handen. "Ze is doof Kai." Holger liep de brug op en nam kontact op met de centrale dat ze een doventolk nodig hadden als ze terug kwamen.

Een half uur later liep de Albatros de haven van Nuestadt binnen en Senna wachtte deduldig totdat te loopbrug werd uitgezet. "Hoi. Wat doe jij hier?" vroeg Kai aan haar. "Ik ben hier voor het meisje," verklaarde ze. "Gebarentaal." Senna gingen boord en Kai begeleidde haar naar de EHBO kamer. Hallo zei Senna. Het meisje maakte de identieke handbeweging. Hoe heet jij? Senna ging naast haar zitten en keek haar aan. Mijn naam is Charlotte. Hallo Charlotte. Ik ben Senna. Je hoeft niet bang te zijn, deze mensen willen je helpen. Kun je me vertellen wat er precies gebeurt is? Charlotte keek naar Kai en deed niks. "Kai, wil je alsjeblieft de kamer verlaten?" vroeg Senna. "Sorry, maar er moet altijd iemand van de Crew aanwezig zijn als iemand een verklaring aflegd," vertelde hij Senna. "Misschien iemand anders?" Senna keek hem aan. "Ik vraag wel aan Kapitein Ehlers of hij aanwezig wil zijn." Kai liep naar de brug en legde Holger de situatie uit. "Geen probleem. Jana kun jij ervoor zorgen dat de jacht word onderzocht?" Holger liep naar de EHBO kamer en ging naast het meisje zitten. Charlotte maakte een aantal handbewegingen en keek Holger aan. "Ze vraagt hoe u heet," vertaalde Senna. Holger keek haar aan. "Ik heet Holger en ik ben de Kapitein van dit schip." Na een half uur had Charlotte hun alles gezegd wat ze gezien had. Holger bedankte Senna voor haar hulp. Kai begeleidde Charlotte naar het ziekenhuis waar ze grondig werd onderzocht.

Holger liep naar de 'Daphnia Magna' om te kijken hoe ver ze waren met het onderzoek. "Hallo Holger," zei Jana. "Weet je al wat er hier gebeurt is?" "Charlotte heeft verklaard dat ze overvallen zijn geworden door twee gemaskerde personen. De personen hebben haar ouders meegenomen en toen de jacht in brand gestoken. Ze heeft ook nog de naam van het schip gezien." "Ik geloof dat zij niet geweten hebben dat Charlotte zich aan boord bevond," zei Jana. Plotseling ging Holger's mobieltje af. "Ehlers…Bedankt voor de informatie meneer Gruber." Holger schakelde zijn mobieltje uit. "Tien minuten geleden heeft de familie een telefoontje gekregen dat hun zoon en zijn vrouw door hen gegijzeld worden." "En die hebben niet gemerkt dat hun dochter aanboord was?" Jana kon zich dat niet voorstellen. "Ik weet het niet, maar dat is ons geluk, want nu weten we de naam van het schip waarmee ze zijn ontvoerd. Hoe lang hebben jullie nog nodig voor het onderzoek?" "We zijn hier klaar. Ze rest moet de recherche doen." "Ok. Dan ga wij nu opzoek naar de 'Sophia'."

Twee uur later kreeg de Albatros een telefoontje van de politie. Ze hadden de jacht gezien bij een verlaten werf. De Crew van de Albatros ging direct richting de aangegeven positie. Toen ze daar aankwam vermoedden ze dat de gijzelaars zich in een verlaten gebouwtje bevonden. Holger gaf het commando om het omliggende gebied veilig te verklaren. Toen het sein veilig werd gegeven konden ze hun tactiek gaan bespreken. Kai observeerde de toegangsweg toen hij een auto zag naderen. "Problemen," zei hij door de mobilofoon. "Op mijn teken wachten," zei Holger door de mobilofoon tegen de crew. "Ik wil weten wie in die auto zit." De auto stopte voor het gebouwtje en een oudere heer stapte uit. "Dat is de vader," fluisterde Jana naar Holger. "Wat!" fluisterde deze terug. Jana en Holger slopen naar het gebouw en keken naar binnen. "Ik had je gewaarschuwd!" zei de oude man dreigend. "Wat jij doet is crimineel!" riep de vertwijfelde man. "Wat heb je met Charlotte gedaan!" "Hoezo? Die is toch bij haar Oma?" zei de oude man. "Nee! Ze was aan boord!" krijste de vrouw die naast de man zat. "O mijn god," zei de oude man en ging zitten. "Er was brand aanboord," zei hij zacht. "Wat heb je gedaan!" de jonge man rende op zijn schoonvader af. "Kustwacht! Handen omhoog!" schreeuwde Holger en richtte zijn wapen op de man. Jana liep naar de vrouw en verzekerde haar dat haar dochter in veiligheid was. De oude man, Meneer Wendel, verklaarde dat hij zijn schoonschoon ontvoerd had om hem bang te maken, omdat hij bang was zijn werf te verliezen. Hij wist niet dat zijn kleindochter aan boord de jacht was.

Toen de Albatros de haven in kwam stond Gruber al op hen te wachten. Hij liep de brug op met een tevreden gezicht. "Jullie hebben uitstekend werk geleverd," zei hij tevreden. "En door Senna hulp hebben we de saboteur vanmiddag opgepakt." "Wie is het!" bromde Wolfgang boos. "Je kent hem behoorlijk goed wolfgang. Het is je vriend van de werf," zei Gruber met de nadruk op vriend. "Die ga ik eens een bezoekje brengen." Wolfgang draaide zich om en verliet het schip. De rest van de Crew gingen naar Kalle's Café. "Waar is Wolfgang?" vroeg Kalle toen hij de Crew bediende. "Hij moest nog iets afhandelen," zei Holger. "Ben al klaar!" riep Wolfgang toen hij het Café binnen liep samen met Senna en Gruber. Hij ging naast Holger zitten en lachte. "Ik geef een rondje!" riep Wolfgang tegen Kalle en dronk in een teug zijn pot bier uit die Kalle voor hem neer had gezet. De hele Crew juichte en proostte op Wolfgang.

Einde…