inleiding

Met slippende banden schieten de politieauto's de hoek om en remmen voor een oud herenhuis met een oprijlaan van grind. Achter de politieauto's aan komt een ambulance.

Bij de poort staat een oude vrouw. Ze loopt haastig naar de uitstappende mannen.'Gelukkig jullie zijn er!! Ik wist niet wat ik moest doen. Ik heb hem vanochtend gevonden naast het zwembad', zegt ze angstig. Een kalende man komt naar voren en vraagt of de vrouw de weg wil wijzen naar het slachtoffer. Ze knikt ja en ze lopen met zijn allen om het huis heen naar het zwembad, afgeschermd door de oude bomen en dichte struiken.

Een jonge politieagent stoot zijn collega aan en zegt:'de bibbers lopen over mijn ruggengraat. Brr.. wat een enge plek is het hier.' De roodharige man waar hij tegen sprak knikte en ze liepen snel door het overschaduwde pad naar het zwembad, achter de anderen aan. De jonge agent kijkt een paar keer over zijn schouder het bos in. 'Waar kijk je toch naar?' vraagt een ambulancebroeder, die voor hem loopt, spottend. ' Ik heb het gevoel dat we in de gaten gehouden worden door iets' De broeder grinnikt en kijkt hem spottend aan. 'Jongen toch, je leest teveel spookverhalen'

Als ze onder een zwart poortje, begroeid met rode rozen lopen, zijn ze bij het zwembad. Het was een immens groot zwembad. Ongeveer 20 bij 30 meter, met eromheen een grasveld. Op het grasveld zagen ze het slachtoffer, liggend op zijn buik. Hij had donkerzwart haar en droeg een spijkerbroek en een zwarte blouse. De politieagenten zette het terrein af en de ambulancebroeders gingen naar het slachtoffer toe. Ze onderzochten het lichaam en toen ze hem op de brancard tilden zagen ze zijn gezocht. Een litteken liep van zijn rechteroog naar zijn rechteroor. Voor de rest was zijn gezicht prachtig. Hij was wit en zijn gelaatstrekken waren perfect. Toen legden ze een witte doek over hem heen en reden ze de brancard naar de ambulance.

De derde broeder ging naar de kalende man toe, die duidelijk de leider was. 'Zo'n vreemde moord heb ik nog nooit gezien', zegt hij;' Geen teken van wurging, messteken, vuurwapens of iets anders. Het lijkt alsof hij aan een natuurlijke dood is gestorven' De kale man luistert aandachtig naar de woorden van de man. 'Een beetje vreemde plek om dood te gaan, vind je ook niet?' vraagt hij aan de politieman. 'Ja, inderdaad ik snap er niks van. Eerst maar kijken wat het spooronderzoek oplevert en dan zien we wel verder.' Als hij zich tot de oude vrouw wendt, merkt hij dat ze weg is. Hij haalt zijn schouders op, waarschijnlijk heeft ze nu wel meer dan genoeg moord en dood in haar tuin gezien dan dat ze op haar leeftijd kan verdragen.

De hele dag is het druk in de tuin van de vrouw, regelmatig komt ze langs om koffie in te schenken en een plak cake uitdelen, maar ze blijft uit de buurt van het zwembad.

Als de politieagenten weg gaan loopt ze mee en zwaait ze de mannen uit. Als ze om de hoek verdwijnen verschijnt er een glimlach om haar lippen en glinsteren haar ogen. Ze weet dat ze voorzichtig moet zijn, maar ze heeft haar doel bereikt. De Waarschuwer is dood en de Uitverkorene loopt op deze wereld rond zonder dat ze ook maar van iets af weet.