A/N De epiloog. Valt hier nog wat aan uit te leggen? Veel plezier, en review alsjeblief!


Het was een paar weken na het einde, en het nieuwe begin van de tovenaarswereld.

Harry woonde nu tijdelijk bij de Wemels. Na een paar dagen had hij al het gevoel gekregen dat hij nooit weggeweest was. Er was heel veel gepraat, heel veel gelachen en hij had eindelijk weer Zwerkbal gespeeld. Het leven was, voor de verandering, een keertje goed.

En het zou nog beter worden.

Hij voelde in zijn zak, en vond daar het doosje. Hij had het een paar jaar geleden, vlak vóór het begin van de Jacht, gekocht, als een soort talisman. Om zichzelf eraan te herinneren dat hij ooit zover zou moeten komen. Het had hem geholpen om dóór te gaan. Tot op dit moment. Nu was het zover.

Als het goed was, had Ginny het briefje gekregen. Hij had het haar niet zelf kunnen (durven) vragen, dus had hij gisteravond Hedwig opdracht gegeven om tijdens het ontbijt een briefje te bezorgen. Kom om acht uur vanavond naar het bezemschuurtje. Ik wacht daar op je. Harry.

Zelf had hij ervoor gezorgd dat hij 'm al vóór het ontbijt gesmeerd was.

Hij keek op zijn horloge. Het was bijna acht uur.

Even later ging de deur van het Nest open, en Ginny kwam naar buiten. Heel voorzichtig, met haar toverstok in de aanslag, liep ze naar het schuurtje. Ook al was Voldemort verdwenen, zijn Dooddoeners waren dat niet. En Dooddoeners waren gek op dit soort trucjes.

Hij boog voor haar, voor de lol en om haar gerust te stellen. 'Goedenavond, juffrouw Virginia.'

Ginny lachte, en omhelsde hem. Hij beantwoordde de omhelzing, en kuste haar licht. Ze probeerde hem terug te kussen, maar Harry maakte zich los.

'Nog niet.'

Ze keek hem verbaasd aan. Hij glimlachte vrolijk.

'Kom, pak je bezem. We gaan een eindje vliegen.'

Nu was Ginny helemaal de draad kwijt. Niemand ging 's avonds nog vliegen, en al helemaal niet nu er nog overal Dooddoeners rondzwierven. Toch deed ze wat hij zei.

Na een kwartiertje vliegen kwamen ze bij de plek die Harry in gedachten had: een verlaten strand, waar Dreuzels nooit zouden kunnen komen om hen lastig te vallen. Het lag namelijk diep verscholen tussen de rotsen. Alleen als je kon vliegen kon je er komen. Of als je een bezem had natuurlijk.

Eenmaal op de grond bleven ze even staan om op adem te komen. Daarboven, bij de wolken in de buurt, is de lucht een stuk dunner dan beneden.

Ginny keek met open mond om zich heen, verbijsterd door de schoonheid van deze plek. De zee was niet helemaal glad, wat, samen met de bijna volle maan, voor een fantastisch lichtspel zorgde. De rotsen waren begroeid met een taai soort gras, zodat de kilte van het steen verzachtte tot een aangename koelte.

Plotseling voelde ze een hand op haar schouder. 'Hoe vind je dit?' zei Harry's stem achter haar.

Ze draaide zich om, en kuste hem. Ditmaal probeerde hij niet weg te komen, maar hij beantwoordde de kus.

Na een korte eeuwigheid maakte Ginny zich los. 'Het is geweldig. En het gezelschap is ook... niet verkeerd.' Ze lachte. 'Maar we zijn vast niet hierheen gevlogen voor alleen maar een zoen. Wat doen we hier?'

Harry lachte. Wijsneus, dacht hij. Hij haalde het doosje uit zijn zak, en opende het.

'Je hebt gelijk. Ik wou je eigenlijk iets vragen.'

En een gouden ring blonk in het maanlicht...


The end! Yes, I did it! Mijn eerste fic, helemaal af! Wat vinden jullie, moet ik doorgaan of stoppen hiermee? Laat het me weten! Please?