Regen druipt van het raam. De blonde jongen kijkt naar buiten. Plots ziet hij een schim verschijnen voor het hek. Is dat zwart haar? Harry! Hij zou toch niet…

Snel grijpt de jongen zijn jas en rent naar buiten.

'Harry! Harry, wat doe je hier?' maar zijn stem wordt overdonderd door de regen.

Eindelijk komt hij aan bij het hek.

'Draco.'

'Harry.'

'Ga je me nog binnenvragen? Ik ben doornat.'

'Wat doe je hier?? Het is te gevaarlijk! Als mijn ouders je zien…'

'Ik moest je zien, Draco. Ik kan geen dag zonder je prachtige grijze ogen. Dat weet je toch?'

'Ik kan ook niet zonder jou maar als iemand ons ziet…'

'Dan hebben we pech.'

'Pech? Pech?? Ze zijn in staat me te vermoorden! En jou ook!'

'Zonder dat ze het weten van ons zijn ze nog steeds in staat me te vermoorden.'

'Dit maakt het alleen maar erger. Ga terug Harry.'

'Ga dan mee! Alsjeblieft.'

'Het spijt me Harry, maar ik kan niet.'

'Je houdt niet van me.'

'Zeg dat niet! Ik hou van je met heel m'n ht, Harry James Potter.'

'Ga dan met me mee.'

'Begrijp je echt niet dat het niet kan?'

'Nee! Wat kan de rest jou schelen als je van me houdt?'

'Als ze ons betrappen kan ik je zeker nooit meer zien, zelfs niet op Zweinstein. Nog maar twee maanden, Harry.'

'Twee maanden zijn twee maanden te lang. Stuur je me brieven?'

'Ja, natuurlijk. Ik ga je missen, Harry.'

En met een kus waren ze allebei verdwenen.

Twee weken later

'Dingdong!'

Snel kijkt Draco naar buiten. Opnieuw zwart haar. Harry! Wacht… deze persoon daagt een rok. Nog erger: Patty!

Narcissa loopt al naar het hek.

Nee, mam, niet opendoen!!

Al snel hoort Draco stemmen in de gang.

'Hij zit op zijn kamer. Zal ik hem halen?'

'Nee, ik ga er wel heen.'

Voetstappen lopen de trap op. Wat nu? Voor verstoppen is het te laat!

De deur zwaait open. 'Dag Draco.'

'Patty.' Hij kon de zucht niet onderdrukken.

'Wat? Ben je niet blij me te zien? Droom je nog steeds over Harry misschien?'

Draco's gezicht verstarde.

'Wat zei je daar?'

'Rustig maar. Ik ben het, Harry.'

'Wat doe je hier?'

'Jou zien, wat anders? Als die wisseldrank niet werkte wist ik het ook niet meer. Ik ben al een paar keer met mijn onzichtbaarheidsmantel gekomen maar niemand deed open.'

'Harry! Als die drank uitgewerkt is…'

'Kijk', en Harry haalt een vles uit zijn gewaad. 'Nog genoeg voor vier uur.'

'Ben je van plan om zo lang te blijven?'

'Nee. Een uurtje misschien. Kom, geef me een kus.'

'Maar je ziet er uit als Patty!'

'Denk gewoon aan mij.'

'Het spijt me, Harry, maar ik kan het niet.'

'Moet ik weer weg? Wil je me hier niet?'

'Wat heb ik eraan dat je hier bent als ik niet eens in je mooie groene ogen kan kijken, en je woelige haar niet nog woeliger maken?'

'Je kan met me praten.'

'Ik kan ook gewoon een uil sturen. Nu klink je zelfs niet als jezelf.'

'Het is al goed. Ik ben al weg.'

Zes weken later

Draco,

Zie ik je om 9 uur op ons gebruikelijk plekje?

Liefs, Harry

Draco houdt het briefje nog steeds in zijn handen.

Hij kijkt op de klok in de leerlingenkamer. 9u05.

Nog steeds twijfelt hij. Zou ik of zou ik niet?

Gaan of niet gaan,

Harry of Voldemort,

Liefde of Haat.

Vandaag moest hij beslissen.

Nu of nooit.

Stilletjes bergt hij zijn boeken op en vertrekt.

In de kamer van Hoge Nood kijkt Harry steeds weer op de klok.

De minuten gaan tergend traag vooruit. 9u35.

Waarschijnlijk doen Korzel en Kwast gewoon moeilijk. Ja, hij wil komen maar ze houden hem tegen.

De klok slaat tien uur. Nu pas dringt het tot hem door. Hij komt niet.

Met tranen in zijn ogen loopt hij terug naar zijn slaapzaal. Daar gooit hij zichzelf op zijn bed en begint hartstochtelijk te huieln;

Op dat moment verschijnen er ook tranen op Draco's kussen.

'Het spijt me, Harry', fluistert hij. 'Maar ik kon het niet.'