Het onmogelijke

De volgende morgen werd Annika door Kate gewekt. "Goeiemorgen! Jij hebt nogal wat meegemaakt, als ik dat zo hoor!"

Annika knipoogde tegen het daglicht. Even wist ze niet waar ze was, maar toen herinnerde ze zich de dag van gisteren.

Ze ging overeind zitten. Een plotseling bonzend gevoel in haar achterhoofd en een vage pijnscheut in haar polsen maakte haar er weer van bewust waarom ze in het ziekenhuis lag.

"Goeiemorgen," antwoordde ze.

Kate schudde haar kussen op en wilde haar wassen, maar Annika weerde haar af. "Dat kan ik zelf wel. Ik ben toch niet invalide!"

"Nee, maar met die zwachtels erom kun je je handen beter even droog houden. Laat mij dus maar even."

Met geroutineerde bewegingen waste Kate haar patiënt, die dat gelaten onderging.

"Is het soms de eerste keer dat je in het ziekenhuis ligt?" vroeg ze toen nieuwsgierig.

Annika knikte. "En wat mij betreft meteen de laatste. Een ziekenhuis hoort nu niet direct tot mijn favoriete verblijfplaatsen."

Kate lachte. "Ik had gedacht dat je het juist prachtig zou vinden! De Flying Doctors in de praktijk, en zo!"

"Nou, veel vliegen kwam er niet aan te pas gisteren," vond Annika humeurig. "Hoe lang moet ik hier trouwens blijven? Eerlijk gezegd heb ik weinig last meer van mijn polsen; alleen als ik erop leun. En ik ben zo helder dat die heel lichte hersenschudding ook wel over zal zijn inmiddels."

"Daar kan ik weinig over zeggen," zei Kate verontschuldigend. "Je zult moeten wachten op de dokter."

"Op David?! Maar die had een clinicrun vandaag!"

"Nee, Geoff komt straks even bij je kijken. Dus maak je maar geen zorgen."

Annika zuchtte. "Wel zo goed. Ik geloof dat - als het aan David lag - ik hier de verdere week zou moeten blijven - ´ter observatie´. Al was het alleen maar om me van verdere gevaarlijke avonturen te vrijwaren."

Daar moest Kate hartelijk om lachen. "Je mag David graag, hè?" viste ze.

Annika keek van haar weg en slaakte een diepe zucht. "Meer dan goed voor me is, geloof ik," mompelde ze.

Kate knikte begrijpend en legde troostend een hand op haar arm. "David is een goede jongen. Jullie komen er wel uit samen."

Ze liet haar alleen met haar gedachten. Die cirkelden toch voornamelijk om David en om gisteravond.

In de auto hier naar toe had ze Jack verteld wat ze die ochtend gezien had. Ze was er nog lang niet mee klaar geweest toen ze bij het ziekenhuis aankwamen, maar David had haar toch meteen mee naar binnen willen nemen.

"De rest vertel je morgen maar; eerst zien dat we je handen verzorgen."

Ze had geprotesteerd; Jack moest toch zo gauw mogelijk weten hoe en wat? Bovendien was de ergste pijn al weggetrokken, dus die paar minuten konden er nog wel bij. David was echter op zijn strepen blijven staan, en Jack had alleen gezegd dat hij inderdaad zo snel mogelijk alles wilde weten, maar dat hij niet haar herstel wilde tegenwerken. Na lang soebatten - veel langer dan de eigenlijke verklaring zou duren - had David met tegenzin toegestemd, en was Jack met haar aanwijzingen teruggekeerd naar de kreek.

Wat kribbig had David haar meegenomen het ziekenhuis in, waar hij samen met de nachtzuster haar handen en enkels voorzichtig had ingesmeerd en omzwachteld en de wond aan haar hoofd had ontsmet. Ook had hij, als gevolg van die klap op haar hoofd, een heel lichte hersenschudding geconstateerd. Zodoende was ze onder protest in bed gestopt, ´ter observatie´ zoals David het noemde.

"Ik kan best terug naar het hotel," had ze gemokt.

"Maar ik wil je even hier houden om direct te kunnen ingrijpen als er infectie bij komt," had hij kortaf geantwoord. "Schik je er dus maar in; nu ben ik de dokter en jij de patiënt. Begrepen?"

"Als dokter ben je anders behoorlijk chagrijnig," had ze gemopperd.

"En jij bent verhipte lastig als patiënt," was zijn geïrriteerde weerwoord geweest, en daarmee was hij weggelopen. Ook een manier om het laatste woord te hebben...

Het gordijn bewoog, en om de hoek kwam David met een ontbijtblad.

"Goeiemorgen. Hoe voel je je?"

"Uitstekend, dr. Ratcliffe," antwoordde ze wat uitdagend.

David lachte een beetje verlegen. "Het spijt me dat je dr. Ratcliffe niet zo mag, want hij heeft echt het beste met je voor. Maar ik kom nu in de hoedanigheid van David."

Hij rolde het bedtafeltje naar haar toe en zette het blad erop. Beschaamd keek ze naar hem op. "Sorry David."

Hij glimlachte. "´t Is wel goed, hoor. Ik begrijp ook wel dat er leukere manieren zijn om vakantie te vieren dan in het ziekenhuis te liggen."

"Moet ik hier nog blijven? Nee toch, hè?"

"Eet nou eerst je ontbijt maar eens op; daarna zal ik even mijn hoedanigheid als dokter aanmeten en eens kijken hoe het erbij staat, okay?"

Hij kwam op de rand van het bed zitten en brak een stukje toast af.

"Had jij geen clinicrun vandaag?" informeerde Annika.

Hij knikte. "Maar we vertrekken pas om negen uur, dus ik heb nog wel even. ´t Is niet zo ver vandaag. Gelukkig..."

Hij zuchtte. Ze keek hem opmerkzaam aan. "Werk je niet veel te hard?"

Hij glimlachte. "Ik houd van mijn werk, dat scheelt. Het is vaak zwaar en veeleisend, met lange dagen, maar aan de andere kant... in de lucht, op weg naar een clinic of zo, is het heerlijk ontspannen."

Ze knikte. "Van bovenaf zie je de Outback wellicht ook anders. Ik bedoel: zo op de begane grond zie je alleen maar zand, zand, zand met af en toe een boom."

Geamuseerd keek David haar aan.

"Wat is er?" vroeg ze.

"Is dat hoe jij de Outback ziet?"

"Hm, min of meer. Er zal best meer afwisseling in zitten dan ik gezien heb - Ayers Rock bijvoorbeeld. Maar het merendeel bestaat toch uit eindeloze kale vlakten."

"Wat zou je er dan eens van zeggen als ik één dezer dagen een vliegtuig regel? Dan zal ik je eens laten zien dat de Outback meer is dan alleen zand, zand, zand met hier en daar een boom. Op nog geen uur vliegen hier vandaan. Ik ben dit weekend vrij, dus voor één van die dagen is er vast wel aan een vliegtuig te komen."

Wat ongelovig keek ze hem aan. "Kun jij vliegen dan?"

"Ja. Is dat zo gek?"

"Nou, nee, dat ook weer niet. Maar ik had het niet verwacht."

Hij grijnsde. "Nee hoor, ik ben een echte vliegende dokter. Net als Chris. Alleen Geoff doet die titel geen eer aan."

Ze lachte.

"Wat denk je: durf je je aan mijn vliegkunst toe te vertrouwen?"

Ze knikte. "Zolang er een dokter bij me in het vliegtuig zit..." plaagde ze.

Hij grinnikte. "Ja ja... Maar... je hebt er echt wel zin in? Anders moet je het eerlijk zeggen, hoor."

Ze schudde haar hoofd. "Ik ben benieuwd naar die andere Outback van jou."

"Gezellig," knikte hij haar toe. "Maar laat me nou eerst maar even naar je handen en je enkels kijken, want ik moet er zo vandoor."

xxxxx

Een half uurtje later liep Annika door de hoofdstraat. Met nog een vaag kloppende hoofdpijn, haar enkels schrijnden nog wat, en om haar polsen zat nog een licht verbandje, maar David had haar toch uit het ziekenhuis ontslagen, "op voorwaarde dat je het vandaag even echt rustig aan doet, en belooft de rest van de week niet meer van dergelijke escapades uit te halen!"

Dat had ze wel willen beloven; het was immers weinig aannemelijk dat Mr. Patterson nogmaals beroofd zou worden deze week, met haar als enige getuige.

Ze stapte de pub binnen. Eerst maar even naar haar kamer, schone kleren aantrekken.

Mrs. Buckley kwam gelijk op haar toe. "O, gelukkig, daar ben je weer," verzuchtte ze. "David kwam gisteravond vertellen dat ze je gekneveld in de grotten bij de kreek gevonden hadden. Hoe is het nu met je?"

"Goed hoor. Een paar blauwe plekken en een stel schaafwonden en zo, maar dat valt allemaal wel mee."

"Gelukkig maar," zuchtte Nancy opgelucht. "Wel, zal ik nog even een lekker ontbijt voor je maken?"

"Eerlijk gezegd heb ik al ontbeten," vertelde Annika, maar ze vervolgde samenzweerderig: "Al moet ik zeggen dat uw ontbijt heel wat lekkerder is dan wat je in het ziekenhuis krijgt!"

Nancy glimlachte gevleid, en Annika vervolgde: "Ik trek alleen even schone kleren aan. En dan haal ik mijn boek op en ga lekker aan de oever van de kreek liggen lezen. Orders van de dokter: rustig aan doen vandaag!"