Een Hameler Kerst

.

Gesitueerd op Kasteel Laar, tussen afl. 39 en 40


"Morgen," zei Hildebrandt, Baron van Laar, "morgen is het Kerstmis."

Het gekletter van de borden en het gekwetter van de monden vielen stil.

"Kerstmis?" echode de kleine Saartje Zegen verbaasd in de plotselinge stilte.

Aernout slikte een hap weg. "Hoe weet je dat nou? We hebben toch geen almanak hier!"

Hildebrandt richtte zich hoog op. "Ik ben klepperman. Ik heb een ingeboren klok. En daarmee ook een ingeboren almanak. En morgen is het Kerstmis. Punt uit." Hij stak een vork vol ei en spek in zijn mond en kauwde tevreden.

Bertram zuchtte. "Nou, dat weten we dan. Bedankt voor de mededeling."

Lidwientje legde haar lepel neer. "Hè, Bertram. Daar hoef je toch niet zó kil op te reageren?"

Bertram haalde zijn schoulders op. "Hoe moet ik anders reageren? Ze kennen hier geen Kerstmis."

"Nee, hier vieren ze Hollebollegijs," herinnerde één van de kinderen zich.

Maar: "Wat maakt dat nou uit?" viel Lidwientje heftig uit. "Daarom kunnen wij toch zeker wel Kerstmis vieren?"

Aan het hoofd van de tafel knikte Hildebrandt instemmend. "Precies. En ik, als Baron van Laar, bepaal bij deze dat er hier morgen Kerstmis gevierd wordt. Met alles erop en eraan." Hij legde zijn servet neer en somde op: "Ik wil een grote kerstboom in de kleine zaal. Met kaarsjes en een piek. En ballen. En een kerstster voor ieder raam. En slingers. En een kerstkrans aan de buitendeur. En mistletoe op een geniepige plek. En overal dennegroen. En 's avonds..." Hij streek behaaglijk over zijn reeds brede voorkant. "'s Avonds een heus kerstdiner. Met kalkoen en patrijs en kruidenwijn en alles wat lekker is. En pudding toe."