Professor Filius Banning keek opgewekt op toen Harry, Ron en Hermelien door het haardvuur zijn kantoor binnen kwamen gelopen. Het was alweer een paar jaar geleden dat Harry voor het laatst op Zweinstein was geweest, maar het kantoor van het schoolhoofd zag er nog precies zo uit als in zijn herinnering. Achter het bureau waar Banning zat, hingen de portretten van Banning's voorgangers. Harry's oog viel op de laatste drie portretten, waarop hij Albus Perkamentus, Severus Sneep en Minerva Anderling vredig zag slapen.

"Harry, Ron, Hermelien! Waarmee kan ik jullie van dienst zijn?" Het kleine schoolhoofd liep naar zijn oud studenten toe en schudde ze alle drie joviaal de hand.

"Hagrid heeft gevraagd of we wilden langskomen." Harry zag Banning's uitdrukking versomberen toen hij dat zei.

"Ach ja, natuurlijk. Die arme Rubeus… Ik weet zeker dat hij blij is om jullie te zien!"

Terwijl Banning de drie richting de deur loodste, viel Harry's oog opnieuw op het portret van Albus Perkamentus. Hij vroeg zich af wat zijn oude mentor gedaan zou hebben. Zou hij hebben geweten wie er achter de aanvallen zat? Zou hij Neomort allang drie stappen voor zijn geweest, zoals hij Voldemort ook altijd had doorzien? Of zou hij, net als Harry, in het duister getast hebben, wanhopig opzoek naar aanwijzingen?

"Zullen we even langs Marcel gaan?"

Hermelien keek Ron geërgerd aan.

"Ron, we zijn hier voor Hagrid, weet je nog?"

"Ja, natuurlijk," zei Ron licht gekwetst, "maar het kan toch geen kwaad om even hoi te zeggen tegen Marcel? Tenslotte hoort hij ook bij de Orde, dus we moeten hem op zijn minst inlichten over de recente ontwikkelingen."

Daar kon Hermelien niks tegen inbrengen, en met zijn drieën liepen ze naar de plantenkassen. Daar zagen ze twee tovenaars staan. De ene was overduidelijk Marcel Lubbermans, leraar Kruidenkunde, Hoofd van Griffoendor en bovenal een van Harry's beste vrienden. De andere tovenaar kende Harry niet. Het was een lange man, met golvend bruin haar, diep bruine ogen en een gracieus sikje.

De tovenaar met het sikje merkte de nieuwkomers als eerste op. Hij stootte Marcel aan, die bij de aanblik van zijn drie vrienden een jongensachtige lach op zijn gezicht kreeg en direct naar hen toe kwam gelopen.

"Harry! Ron! Hermelien! Wat doen jullie hier?"

"Dag professor Lubbermans!" Marcel gaf Ron een stomp tegen zijn schouder.

"Hagrid heeft ons uitgenodigd," legde Harry uit. "En we dachten-"

"Marcel!" De tovenaar met het sikje kwam dichterbij. "Zou je me niet even voorstellen?"

Harry dacht eventjes een lichte irritatie in Marcel's ogen te zien, maar die verdween als sneeuw voor de zon toen hij de tovenaar naar zich toe trok en zei: "Maar natuurlijk! Harry, Ron, Hermelien: dit is Robert Schaveluin. Robert is sinds vorig jaar onze nieuwe leraar Verweer tegen de Zwarte Kunsten, en tevens hoofd van Zwadderich!"

"Aangenaam" Harry stak zijn hand uit naar Schaveluin. "Ik ben-"

"Harry Potter" maakte Schaveluin zijn zin af, terwijl hij Harry's hand met beide handen vastpakte. Grijnzend keek hij Harry recht in de ogen. "Fijn om u eindelijk te ontmoeten."

Zonder Ron of Hermelien zelfs maar een blik waardig te gunnen, liep Schaveluin naar het kasteel.

"Hoofd van Zwadderich zei je?" gromde Ron, terwijl hij Schaveluin nakeek. "Ik begrijp niet waarom ze die afdeling niet allang hebben afgeschaft."

"Ron!" Hermelien keek woedend naar haar man. "Niet alle Zwadderaars zijn slecht, dat weet je best!"

Ron keek schamper naar Hermelien. "Ik mag toch hopen dat je het niet over Scorpius Malfidus hebt!"

Marcel en Harry keken elkaar zuchtend aan: deze discussie hadden ze de afgelopen jaren al honderden keren gehoord. Vanaf de dag dat Hugo een uil naar zijn ouders had gestuurd om te vertellen dat hij Roos en Scorpius had zien zoenen, was Ron streng tegen geweest. Hermelien had echter geen problemen met Scorpius gehad, en het was dan ook niet verbazend dat ze antwoorde:

"Hij was Roos' grote liefde Ron. En mijn dochter zou nooit verliefd worden op een duistere tovenaar!"

Ron lachte vreugdeloos. "Scorpius Malfidus geen duistere tovenaar? Hoe wil je het dan noemen wanneer een tovenaar tientallen onschuldige mensen vermoord? Roos' grote liefde was Petrus Stalpeert, de vader van mijn eerste kleinkind en een Ravenklauw. Zwadderich bestaat uit tuig. Dat geldt voor Malfidus, dat geldt voor alle dooddoeners en dat geldt ook voor die Schaveluin!"

En hoewel Harry zeker niet van mening was dat alle Zwadderaars slecht waren, moest hij toegeven dat ook hij Robert Schaveluin niet volledig vertrouwde.

"Wacht, hoorde ik dat goed?" Marcel keek verbaasd naar Ron. "Denken jullie dat Scorpius Malfidus achter de moorden zit?"

Harry zuchtte. "Dat weten we niet. De enige aanwijzing die we hebben, is een omschrijving van Neomort's mantel." Harry liet Marcel de schets zien die een van de ooggetuigen van de mantel had gemaakt. "En volgens George Wemel heeft Malfidus zo'n mantel."

"Heb je het trouwens al gehoord?" Hermelien keek somber. "We zijn gisteren in Hecuba's huis aangevallen. Dedalus, Geogre en Loena zijn gewond geraakt, en Hecuba- Marcel?"

Marcel had niet geluisterd naar Hermeliens verhaal, maar keek naar de schets van de mantel, met een peinzende uitdrukking op zijn gezicht.

"Wat is er, Marcel?"

"Herken je de mantel?"

"Ken je iemand die er zo een heeft?"

"Is het Scorpius Malfidus?"

"Heb je iemand met die mantel gezien?"

"Marcel?"

Marcel keek langzaam op. Het leek alsof hij de vragenstroom van zijn vrienden niet had gehoord. Hij keek de drie een voor een aan, en zijn ogen bleven op Harry hangen. Toen deed hij eindelijk zijn mond open.

"Dit is de mantel van Schaveluin."