Authors note: Oke, ik zou nog even zeggen wat de waarschuwingen waren. Nou voor dit hoofdstuk nog niets. ^_^

Disclaimer: Kom op jongens, als Harry Potter van mij was, dan was Harry nooit met Ginny getrouwd.

Hoofdstuk 00

1 september 1941

Het was stil in de hal. Geen geluid werd er gemaakt. Geen vogel zong en zelfs het huilen van de wind van buiten was hier niet te horen. Het enige leven zat aan het einde van de hal. Op een hoge, rijk versierde stoel zat een vrouw. Ze was gehuld in een stralend wit gewaad met geborduurde gouden randen. Ingewikkelde patronen en symbolen sierden haar korset. De jurk was mouwloos, maar toch droeg ze mouwen. Deze waren met koperen, gegraveerde armbanden aan haar bovenarmen bevestigt en liepen naar beneden toe breed uit. Gevlochten gouden garen bonden het geheel samen om het makkelijker draagbaar te maken. Om haar schouders droeg ze een mantel, die met twee zilveren broches aan haar korset was vastgezet. Deze broches hadden de vorm van een wapen; een viervleugelige slang met op het hoofd een gouden kroon. Om haar hals droeg ze een amulet. Rond, met in het midden een waterloper, omgeven door edelstenen.

De vrouw zelf was statig. Ze had een strak gezicht, dat geen enkel teken van veroudering vertoonde. Ze had lang haar, dat los opgestoken was. Gouden krullen vielen op haar rug en haar schouders. Daartussen waren donkere strengen te zien, hoewel dit evengoed een speling van het licht kon zijn geweest. Haar helder blauwe ogen leken van kleur te verschieten, als je er maar lang genoeg in keek. Ze waren doordringend en onpeilbaar. Vol emotie zonder deze te laten zien. Deze staarden in het niets voor zich uit. Ze was diep in gedachten verzonken, ze voelde iets.

Een bediende kwam vanuit één van de vele deuren de hal binnengelopen. Ze droeg een dienblad vol met eten. Met de uiterste voorzichtigheid, om te zorgen dat ze niet viel of iets zou omstoten liep ze naar het einde van de hal. Daar plaatste ze het blad zachtjes op het bijzettafeltje naast de stoel. Nog even keek ze naar haar meesteres voor ze zich omdraaide om weg te lopen.

Plotseling greep een arm haar bij de schouder, trok haar terug en siste: "Het komt eraan!".

En op hetzelfde moment werd de hal verlicht door een intens licht. Scherp als een mes en zo helder als de noorderlucht. Seconden lang leek het enkel sterker te worden, totdat er een moment van ommekeer was en het licht begon te vervagen. Uiteindelijk was het zwak genoeg om de gestalte die steeds verborgen was geweest te kunnen onderscheiden. Hij was groot en gespierd. Zeker twee maal zo groot als een normaal mens. De plaats waar normaal gesproken een mensenhoofd had gezeten, was vervangen voor dat van een tijger. Hij keek woest, maar toch ook vriendelijk. Het ontblote bovenlichaam was bedekt met een zwart gestreepte vacht. In zijn harige, maar menselijke handen was een vergeeld document geklemd. Een rol perkament, gesloten met een zwarte lakzegel.

Langzaam, met grote passen liep hij op de vrouw en haar bediende toe. Op ongeveer twee meter bleef hij staan. Even bleef het stil. Toen begon hij te spreken, zijn stem laag en rasperig.

"Uwe Koninklijke Hoogheid, ik draag hierbij een boodschap over tijd. Een voorspelling die het lot van de toekomst bepaald. Eentje die volkeren bij elkaar kan brengen, mits op de juiste manier gebruikt. In een tijdslimiet van vijftig jaar zal het zijn aanvang nemen. Mijn taak zit erop en het is nu aan u."

Met een sierlijk gebaar overhandigde het wezen de rol perkament aan de vrouw. Deze pakte hem met een knikje van haar hoofd aan. Zodra haar vingers zich om de rol sloten, leek er een rilling door haar lichaam te gaan. Het wezen draaide zich om en maakte zich klaar om weer te vertrekken. Op het laatste moment keek hij haar nog even aan en zei: "Wees voorzichtig en maak het niet open. De wereld is er nog niet klaar voor. Heb geduld en wees afwachtend. Wanneer de tijd daar is, zul je het wel weten." Met de zelfde lichtflits waarmee het wezen zich kenbaar had gemaakt, vertrok hij ook weer. De hal was weer stil geworden.

A/N Ik weet dat het nog nergens op slaat of niet te begrijpen is, maar heb geduld, dit alles komt later nog terug en dan begrijpt idereen het... hoop ik.