A/N: Uhm ik heb deze fic even helemaal verwijderd. Nu heb ik denk ik bijna alle fouten eruit gezeefd. Dan is het wat fijner om te lezen.

Disclaimer: Alles wat J.K. heeft geschreven is niet van mij. Ik leen de karakters eventjes. Ook de lyrics behoren tot hun eigenaars.

Summary: Dit is het zesde jaar. Op Harry's 16de verjaardag gebeurt er iets vreemds, maar hij wuifde het gauw weg. Hij komt er snel echter dat er meer achter zat en dat hij dit niet gauw zou kunnen wegwuiven. Draco zelf heeft te kempen met de keuzes die hij maakt. Harry en Draco beginnen aan een vriendschap, maar door de nasleep van Harry's verjaardag zal vriendschap niet voldoende zijn. HP/DM slash. Er zal een goede afloop zijn.


There's just no rhyme or reason,

Only this sense of completion.

And in your eyes I see the missing pieces I'm searching for.

I think I've found my way home.

A thousand angels dance around you.

I am complete now that I've found you.

~Savage Garden: I knew I loved you~


(Harry's zomervakantie)

"Zo moet dat dus niet," zei Ron Wemel, de beste vriend van Harry.

Harry zijn vinger zwol al een beetje op omdat hij gebeten werd door een Tuinkabouter die hij weg wou jagen.

"Kom, mijn moeder weet wel een spreuk daarvoor," zei Ron die Harry mee naar binnen sleurde.

Toen Harry (met geheelde vinger) weer verder wou de Tuinkabouters terroriseren, riep Ron dat Hermelien gearriveerd was.

Harry had twee heel verschillende vrienden. Ron was lang, had rood haar, was slungelig en zat onder de sproeten.

Hermelien daarentegen was wat kleiner, had rossig bruin haar en had ietwat grote voortanden.

Ook had Hermelien bijna alle boeken op Zweinstein al uitgelezen, terwijl Ron ze bijna nooit een blik waardig gunde.

Nu waren ze echter in Het Nest, en hadden ze niks te doen. Daarom gingen ze een potje Zwerkbal spelen.

Ron en Hermelien waren de ene groep, terwijl Harry en Ginny de andere groep waren. Hoewel Hermelien niet zo goed was in Zwerkbal, deed ze wel erg haar best. Het spelletje eindigde met 60-40 voor Harry en Ginny. Hierna speelden ze nog een aantal rondes, totdat ze moesten eten.

Na het eten gingen Ron en Harry naar het zolderkamertje van Ron.

"Zullen we onze boeken dan maar eens doornemen?" vroeg Harry aan Ron.

Ze hadden hun spullen voor Zweinstein gisteren bij de Wegisweg opgehaald.

"Hmpf."

"Kom op, we kunnen nu al vast een beetje beginnen."

"Oké. Waar zullen we mee beginnen dan?" vroeg Ron aan Harry.

"Transfiguratie?"

"Best."

"Oké."


Enige tijd later lagen Harry en Ron allebei in hun eigen bed.

"Harry?"

"Wat is er Ron?"

"Uhm...laat maar, het maakt toch niet uit."

"Je haalt me uit mijn slaap en er is niks?" vroeg Harry geamuseerd.

"Oké, oké ik zeg het al. Wel uhm...ik uhm."

"Zeg nou maar gewoon Ron!"

"Oké! Oké! Je weet Hermelien hé?"

"Ja, tuurlijk ze is ook mijn vriend Ron! Wil je alsjeblieft zeggen waar dit over gaat?"

"Hé niet zo ongeduldig. Ik vind haar leuk! Nu blij?"

"Was dat nou zo moeilijk?" vroeg Harry nog geamuseerder.

"Wat! Geen lange preek?" vroeg Ron stomverbaasd.

"Tuurlijk niet! Het is alleen geen nieuw nieuws," zei Harry.

"Hoezo?"

"Nou, het is eigenlijk wel duidelijk. Hoe je naar haar kijkt enzo."

"Oh...nou...uh...?"

"Het is al goed Ron, ga nou maar slapen."

"Oké, slaap lekker."

"Jij ook Ron," zei Harry tussen een gaap door.

Harry voelde vlak voor hij in slaap viel een soort gevoel in zijn hart die hij niet kon verklaren.


Harry was al vroeg wakker. Ron volgde kort daarna. Toen hij Harry zag begroef hij zijn gezicht in het kussen, met een gedempte: "Shit."

Harry ging naast Ron op het bed zitten en sloeg een arm om zijn roodharige vriend zijn schouder.

"Heb ik het echt gister gezegd?"

"Ja, inderdaad."

Ron zuchtte en zei: "Kom, we gaan naar beneden wat eten."

Onderweg naar beneden zeiden geen van beiden iets. Toen ze beneden waren was Ron de eerste die wat zei.

"Wat wil je eten en hoeveel?"

"Oh, uhm twee boterhammen met ham."

Toen ze allebei vol zaten was Ron weer degene die ging praten. "Ga je het nu tegen Hermelien zeggen?"

"Wat bedoe- oh nee je bent mijn beste vriend, dus zal ik niets zeggen tegen Hermelien."

Een andere stem vroeg toen: "Wat tegen mij zeggen?"

Ron kreeg een kop als vuur toen het object van hun gesprek naar beneden kwam lopen. Ron mompelde iets dat veel leek op:

"Ben naar buiten toe," toen hij opstond en naar buiten liep.

"Wat is er met hem aan de hand?"

"Geen idee," zei Harry.

Hermelien maakte ondertussen een paar broodjes voor zichzelf.

"Maar wat was er nou?"

"Wel...uhm ik denk dat je Ron daarvoor moet hebben."

"Oké, dan ga ik maar naar Ron toe."

Harry mompelde iets dat veel leek op: "Veel geluk Hermelien."


Toen Hermelien terug kwam zag ze erg rood.

"Hoe ging het?"

Hermelien antwoordde met: "Vraag Ron maar." Hierna ging ze snel naar boven toe.

Vlak nadat Hermelien naar boven ging, kwam Ron met een zelfverzekerde grijns binnen stappen.

"Ik hoef zeker niet te vragen hoe het ging?"

"Nou...uhm..." En Ron werd weer rood.

"Hoe reageerde ze?"

"Ze uhm...ze...toen ik het had gezegd, begon ze me opeens te zoenen."

"Dus het is nu serieus?"

"Ja, denk het wel." Was het antwoord van Ron.

"Oké. Mooi zo," zei Harry.


De volgende dag gingen de Wemels, Hermelien en Harry naar Perron 9 ¾.

"Zitten we weer opgescheept met die Fret dit jaar?" vroeg Ron.

"Geen idee," zei Harry duister na een korte pauze.


Toen ze een lege coupé hadden gevonden, en hun hutkoffers hadden neergezet, reed de trein weg, op weg naar Zweinstein.

Nadat ze wat hadden gepraat, hoorden ze een grote kaboem. Toen ze gingen kijken wat er was gebeurt, zagen ze dat het snoepkarretje helemaal over de kop lag. Natuurlijk lachten Korzel, Kwast en Parkinson.

Malfidus was er merkwaardig niet bij.

Harry, Ginny en Hermelien gingen weer terug naar hun coupé.

"Hoe kon dat gebeuren?" vroeg Ron.

"Geen idee. Maar ik denk niet dat het een ongeluk of toeval was. En ik denk ook dat een spreuk er iets mee te maken heeft," zei Harry. "

"Zag je die Zwadderaren lachen? Ik denk dat hun het hebben gedaan," zei Ron.

"Nou Ron, niet zo snel oordelen. Ook al zijn het Zwadderaren," zei Hermelien.

"Herm, je weet hoe ze zijn," zei Ron.

"Ja, maar toch," was Hermelien's bedachtzame antwoord.

Ginny brak in met een: "Ik hoop dat ze diegene krijgen die het gedaan heeft."

Harry veranderde alles helemaal en vroeg: "Zullen we alvast omkleden? We zijn er bijna."

"Ja, best," riepen ze in koor.


Toen ze aangekleed waren stopte de trein bij het station van Zweinstein. 'Het voelt goed om weer terug te zijn,' dacht Harry. Hij had de zomer doorgebracht bij zijn oom en tante.

Dit was werkelijk vreselijk voor Harry.

Hij moest zoals altijd alle klusjes doen, en mocht het huis niet verlaten.

Ook hielp het niet dat Harry zoveel verdriet had omdat zijn Peetvader Sirius dood was.

Vele nachten had hij gehuild, maar het verdriet bleef altijd, dag in, dag uit.

Gelukkig hadden zijn vrienden brieven en pakjes gestuurd, en dit maakte de tijd bij de Duffelingen wat draagzamer. De laatste week had hij doorgebracht bij de Wemels, en hij was daar dankbaar voor.

Zijn 16e verjaardag ging anders dan verwacht. Natuurlijk had hij wel cadeautjes en brieven van zijn vrienden gekregen, maar er was ook wat anders gebeurt. Hij telde de laatste tien seconden tot zijn verjaardag af. Hoe dichter bij zijn verjaardag, des te meer jeuk kreeg hij tussen zijn schouderbladen. Ook werd hij duizelig, dus ging hij liggen. Toen het alarm van 12.00 's nachts afging, had de jeuk een toppunt bereikt, en de duizeligheid werd zo erg dat hij flauwviel. Na die nacht gebeurde er niet zo veel vreemds, alleen de nacht voordat ze naar Zweinstein gingen.

Harry had een vreemd gevoel van een déjà vu. Hij had daar precies gestaan een aantal jaar geleden. Toen hoefde hij Voldemort nog niet te verslaan. Die gedachtes maakten Harry alleen maar ongelukkig, dus dacht hij aan wat hij nu had: zijn vrienden.

Ze gingen naar een koets toe en reden in een rustig tempo naar het kasteel toe.


De Sorteerceremonie was meestal vrolijk en leuk. Dit jaar was het wat grimmiger dan voorheen, dit kwam vooral van de toespraak van Perkamentus. Dit ging weer over vrienden maken en behouden, en dat soort dingen. Harry zat niet helemaal op te letten dus wist hij niet waar het nou precies over ging.

Ron maakte een opmerking over vriendschappen in andere afdelingen, wat Harry's aandacht trok.

"Alsof ik nu met een Zwadderaar vriendschap sluit," zei Ron sarcastisch en met een spottende lach erachteraan.

Hierna gingen ze eten. Ron had al gauw een heel bord op. 'Hoe kan Ron zoveel eten?' dacht Harry, voordat hij zachtjes liep te zuchten om de situatie.

Toen Harry vol verwildering naar Ron zat te kijken vergat hij dat hij nog niks op zijn bord had liggen. Toen hij zich dit realiseerde schepte hij snel een paar worstjes, aardappelen en groenten op. Hierna kwam de lekkerste vla, pudding en allerlei lekkere dingen te voorschijn.

Hermelien hield Harry ondertussen goed in de gaten. Nu ze zo naar hem keek, zag ze dat hij wat bleker zag als normaal. "Harry?"

"Wat is er Hermelien?"

"Voel je je wel goed?" vroeg ze bezorgd.

"Ja, hoezo? Is er iets anders aan me dan?"

"Ja, je ziet hartstikke bleek."

"Ja maat, je ziet echt zo wit als een doek," zei Ron, die zich ook in het gesprek mengde.

"Het gaat echt goed met me hoor!" antwoordde Harry fronsend. "Zie ik echt zo bleek dan?"

Simon had het gesprek een tijdje gevolgd en zei nu: "Ja, het lijkt net alsof je elk moment flauw zou kunnen vallen."

"Oh," was het antwoord van Harry. Net toen hij verder wou gaan met eten was alles al verdwenen. Harry zuchtte en stond op om alvast naar de leerlingenkamer toe te gaan, toen Ron zei:

"Harry wacht niet op ons, want we hebben een klassenoudste bijeenkomst. Ik zorg wel dat je je rooster krijgt, want je moet echt even liggen maat."

Harry knikte even en ging toen zijn reis voortzetten. 'Op naar mijn bed. Eindelijk rust,' dacht hij.

Toen Harry naar de deuren van de Grote Zaal liep zag hij dat van de weinige Zwadderaren die er nog waren zaten te lachen. Om de één of andere reden maakte dit Harry nog bozer op de afdeling. 'Hoe kunnen ze lol hebben, terwijl het oorlog is?' Maar een ander stemmetje zei zachtjes: 'We hebben alle blijdschap nodig. Ook al is het van de minst geliefde afdeling.' Harry wendde zijn blik af, want hij merkte dat hij aan het staren was naar een bepaalde blonde jongen.

Malfidus lachte helemaal niet. 'Dit is vreemd. Alsof Malfidus teveel aan zijn hoofd heeft. Misschien komt dit wel doordat hij die uil net heeft gekregen?' dacht Harry.


Harry stond voordat hij het wist voor de Dikke Dame. Toen hij haar zag werd hij een beetje zenuwachtig, want hij wist niet zeker of hij het goede wachtwoord wel wist.

"Wachtwoord?"

"Uh...wat was het ook al weer," vroeg Harry meer aan zichzelf dan aan de Dikke Dame.

"Ja liefje, je moet hem wel onthouden."

"Ja, ik weet hem weer," zei Harry.

"Zeg hem dan maar liefje."

"Heer Hendrik," antwoordde Harry.

"Was dat nou zo moeilijk?"

"Nee mevrouw."

"Nou ga dan maar lekker slapen, want je ziet er behoorlijk moe uit."

"Ja mevrouw." En met dat stapte Harry door het portretgat en liep linea recta naar de slaapzalen van Griffoendor. 'Ze hebben gelijk, ik moet inderdaad wat gaan slapen. Ik ben doodmoe.' Harry viel in slaap met een vreemd gevoel rond zijn hart, net als de dag ervoor.


(Draco's zomervakantie)

Zijn Vader zat in Azkaban, en Draco vond het niet zo erg dat die man nu boette voor wat hij gedaan had. Nu hij hier alleen was, samen met zijn moeder, hoefde hij zich niet te gedragen zoals zijn Vader dat van hem verwachtte. Het enige wat zijn moeder van hem wou, was dat hij gelukkig was.

Het was erg rustig in de grote Villa, met alleen Draco en Narcissa erin.

Draco had al zijn boeken al doorgenomen, en bekeken. Draco bracht de meeste tijd in zijn kamer door om na te denken wat hij precies met zijn leven wou. Eén ding was duidelijk: hij wou geen Dooddoener worden.

Dit had hij overlegd met zijn moeder, en die was blij met zijn keuze. Zijzelf was geen Dooddoener, en ze was blij voor Draco dat hij ook geen Dooddoener wou worden.

"Ik ben er trots op dat je je eigen pad kiest," zei Narcissa met tranen in haar ogen.

Draco ging op een stoel zitten en zei ernstig: "Als Vader dit hoort, dan zou hij me vast en zeker onterven, of anders in opdracht van...Voldemort mij vermoorden. Wil je het alsjeblieft tegen niemand zeggen die het door kan lekken?"

"Maar natuurlijk Draco. Ik zou het nooit tegen iemand zeggen die dingen uitlekt. Maar ga wel zo snel mogelijk met dit nieuws naar Professor Perkamentus. Hij kan je misschien helpen met je keuze," zei Narcissa, die Draco's rechterhand beetpakte.

Draco keek van zijn rechterhand die Narcissa beethad, naar haar ogen, en zei: "Ik zal schoolhoofd Perkamentus zo spoedig mogelijk informeren."

Narcissa gaf een glimlach en zei: "Ga maar naar bed Draco, het is al laat en je wilt de trein naar Zweinstein morgen niet missen."

Draco glimlachte ook en zei: "Bedankt voor het luisteren mam, en tot morgen." Hiermee stond hij op om te vertrekken, en had zijn hand al op de deurklink toen Narcissa vanuit haar stoel zei: "Zolang je maar gelukkig bent."

Draco draaide zich om en zei: "Ik hoop dat ik er een goed begin mee heb gemaakt, door geen Dooddoener te worden," en liep met deze woorden langs de deur op weg naar zijn slaapkamer.

Draco lag nog een lange tijd wakker en dacht over hoe hij zich ging gedragen rond de mensen die hij nooit had gemogen, omdat zij de 'goeden' waren. Draco had zich voorgenomen om te proberen vrienden te worden met Harry. Dit keer zonder dat zijn Vader zich erin ging mengen.

Sinds het vijfde jaar dacht Draco dat 'Harry' gewoon 'Harry' was en niet 'Potter.' Natuurlijk noemde hij hem nooit daadwerkelijk 'Harry' als ze op school waren, maar wel altijd als hij over Harry dacht. Het was een grote schok voor Draco dat hij Harry misschien wel voor wat meer aanzag dan alleen maar een vriend.

Nu was dat idee niet meer zo schokkend als dat het eerst was. Het was wel wennen, maar Draco vond het idee opwindend.

Nu Draco zo lag te denken, had hij het gevoel alsof er iets miste. Een plek in zijn hart dat nog niet opgevuld was.

'Vreemd,' dacht Draco terwijl hij over de plek van zijn hart wreef. Op datzelfde moment wreef Harry Potter ver weg in Het Nest ook over zijn hart.

Draco sukkelde ten slotte in slaap, terwijl hij droomde over vleugels zo zacht als zijde, met spierwitte veren. Een stem fluisterde zachtjes in Draco's oor: "Alles komt goed Draco. Wanhoop niet. Ik blijf bij je."


Draco werd wakker met de droom nog vers in zijn geheugen. Hij dacht er verder niet echt wat van, dus zorgde hij ervoor dat hij voorbereid was om naar perron 9 ¾ te gaan met als einddoel Zweinstein.

Draco had al zijn spullen al naar beneden laten brengen door de huiselven, en wachtte nu alleen nog op zijn moeder.

Narcissa liep naar haar zoon toe, en opende de deuren van de grote Villa om naar buiten te gaan. Nadat de deuren geopend waren, liepen Draco en Narcissa naar de koets toe. De koets had vier paarden ervoor staan, en zag er voor de Dreuzels uit alsof het een limousine was.

Toen Draco en Narcissa plaats hadden genomen in de koets, ging deze al gelijk vooruit om naar Londen - en om meer precies te zijn King's Cross Station - te rijden.

De koets had geen koetsier, aangezien de paarden zelf wisten waar ze naar toe moesten gaan.

"Draco, kom je in de Kersvakantie naar huis?" vroeg Narcissa halverwege de reis aan Draco.

Draco zat diep in gedachten over de droom, dus schrok op toen hij zijn moeder hoorde. Hij herstelde echter snel, en zei: "Dat weet ik nog niet mam. Ik stuur wel een uil als ik het antwoord weet."

Narcissa knikte, en zei: "Nu we het toch over uilen hebben, kan ik nu alvast iets aan je vertellen. Je kunt later in de avond een uil verwachtten met een brief."

Draco wou vragen wat er in de brief stond, maar Narcissa ging door met vertellen.

"Vraag me niet wat er in de brief staat, want dat weet ik niet, want hij gaat alleen maar open voor jou."

"Maar waarom heb je de brief dan niet eerder aan me gegeven?" vroeg Draco verbaasd.

"Omdat je Vader me had gevraagd hem te laten brengen door een uil op de eerste dag dat je weer in Zweinstein was," beantwoordde Narcissa.

Toen Narcissa dit had gezegd begon Draco weer in gedachten te raken, en Narcissa zei verder niks meer.

'Waarom zou Vader me een brief sturen?' was één van Draco's vele gedachtes. Hij had een raar voorgevoel dat de brief niks anders dan problemen kon brengen.

Draco was zijn droom vergeten en was de rest van de reis verzonken in gedachten, totdat de koets stopte voor het station. Narcissa en Draco stapten uit de koets en Narcissa gaf een lichte kus op Draco's voorhoofd en zei: "Ik wacht op je uil en tot dan niet al te veel uitspoken op school."

Draco lachte om zijn moeders laatste woorden en liep met koffers en al naar Perron 9 ¾.


Draco had een lege coupé gevonden, borg zijn spullen op, en ging op de bank zitten van zijn coupé. Er kwamen wel een paar Zwadderaren langs, maar hij zei dat hij graag alleen zou willen zijn. Korzel, Kwast en Parkinson hielden koppig vol, maar werden teleurgesteld. Het was halverwege de reis dat er een grote kaboem te horen was.

'Wat was dat?' dacht Draco verbaasd terwijl hij opstond om de coupédeur open te maken. Toen Draco naar de gang keek zag hij wat er zo'n kabaal had veroorzaakt. Het snoepkarretje lag op de kop, en Korzel, Kwast en Parkinson bulderde van het lachen. Draco keek verder, en zag een paar Griffoendoren uit hun coupé staan. Gezegde Griffoendoren waren: Harry Potter, Ron Wemel, Hermelien Griffel en Ginny Wemel.

Draco's hart ging sneller slaan toen hij Harry zag. Vooral toen Harry naar Korzel, Kwast en Parkinson aan hat staren was met zulk vuur dat Draco zich aan de deur van de coupé vast moest houden om te voorkomen dat hij omviel.

Iedereen ging weer zijn of haar coupé in, behalve Draco. Draco hielp de Mevrouw van het snoepkarretje, en de snoepkar zelf omhoog.

"Weet u wie dit gedaan heeft?" vroeg Draco.

"Ik heb geen idee," antwoordde ze.

Draco ging weer terug naar zijn eigen coupé om na te denken. 'Wie zouden dat hebben gedaan?' dacht Draco. Hij zuchtte en begon zijn schoolgewaad aan te trekken.

Draco liep naar de koetsen toe in hoop dat er niemand in zat. Hij had een koets gevonden met nog niemand erin. De koets bleef echter niet leeg, er kwamen drie Ravenklauwen erbij. Eentje kwam Draco vaag bekend voor als Cho Chang. Draco schuifde zo ver mogelijk in een donker hoekje toen de drie meiden uitgebreid begonnen te kletsen.

'Waarom moeten ze nu net uitgerekend in deze koets komen zitten,' dacht Draco. 'En waarom zijn ze zo luid?' Draco zuchtte en probeerde het gegiechel zoveel mogelijk te negeren voor de rest van de reis. Maar na een tijdje werd de aandacht getrokken naar Cho Chang.

"Zonde dat jij en Harry uit elkaar zijn. Maar nu we het toch over hem hebben. Zoent hij een beetje goed?" vroeg een meisje die Draco niet kende aan Cho. Cho bloosde en zei: "Nou ik moest vooral huilen toen het gebeurde, dus weet ik het niet echt." Draco deed zijn best om te doen alsof hij ze niet afluisterde, maar deed blijkbaar niet genoeg zijn best want ze keken nu naar Draco met een beschuldigende blik. De meisjes gingen verder niet meer over jongens praten.

Draco had niet door dat de Sorteerceremonie al voorbij was want: A) hij keek naar Harry Potter en zag hoe bleek hij was en B) hij zat te bedenken wat er in de brief zou kunnen staan. 'Zolang het niets ernstigs is, is het goed,' dacht Draco. Hij wou verder in gedachten zinken, maar een bekende uil kwam binnen vliegen op weg naar Draco met een brief. Draco slikte toen de uil de brief liet vallen en weer wegvloog. Hij maakte de brief niet open.

'Ik lees hem wel als ik op mijn kamer ben, of als ik geluk heb, dan breng ik hem wel naar Professor Perkamentus,' dacht Draco die de brief in de zak van zijn gewaad stopte. De Zwadderaren waren aan het brullen van het lachen om één of andere grap. Draco had al iets eerder gezien dat Harry opstond en de Grote Zaal verliet. Ook zag Draco dat Harry naar hem keek terwijl hij diep in gedachten leek.

Toen Harry zijn blik had afgewend keek Draco weer naar Harry. 'Hoe kan het dat hij zo dun is?' dacht Draco. 'Je kunt makkelijk zien dat hij te dun is ook al heeft hij die kleren aan. En waarom at hij net bijna niks? Waarom ziet hij zo wit als een doek?' Dit was waar Draco onder andere aan dacht.

De Grote Zaal was opeens vol met activiteit en Draco schrok ervan, totdat hij zag waarom. Alle borden, glazen en ander servies waren van de tafels af. 'Is het eten nu al op?' dacht Draco verbluft. Hij had de Zwadderaren horen roddelen tijdens het eten over waarom 'Potter' naar Draco zat te staren. Draco concentreerde zich nu maar op één ding. Perkamentus vinden.

'Wat zal hij zeggen of denken?' dacht Draco bezorgd terwijl hij naar de Waterspuwers liep die toegang gaven tot de trap naar Perkamentus zijn kantoor. 'Wat nu? Ik weet het wachtwoord geen eens. Goed bedacht Draco. Eerst doen, dan nadenken.' Draco noemde snoep op en andere producten met suiker erin.

Hij wist dat Perkamentus meestal een soort snoep of een toetje als wachtwoord heeft. Zwadderaren die vaak naar het kantoortje van Perkamentus moesten hadden het wachtwoord onderschept. Dus nu zat Draco van alles en nog wat op te noemen. "...aardbeienjam, pepermuntballetjes, vruchtenjam, chocoladekikkers." De Waterspuwer sprong opzij om Draco toegang tot de trap te verlenen. Draco schrok van de plotselinge beweging, maar herstelde snel en beklom de trap naar Perkamentus zijn kantoor. Toen Draco boven was, klopte hij nerveus op de deur.

"Kom binnen," zei de stem van Perkamentus.

Draco duwde de deur voorzichtig open en stak zijn hoofd naar binnen.

"Ah, Meneer Malfidus. Kom binnen, kom binnen mijn jongen."

Draco stapte voorzichtig naar binnen.

"Ga zitten, ga zitten," zei Perkamentus met een twinkel in zijn ogen.

Draco liep naar de stoel toe en ging zitten.

"Wil je wat thee?" vroeg Perkamentus.

"Graag," beantwoordde Draco.

Perkamentus toverde wat thee, suiker, melk en lepeltjes tevoorschijn. Draco pakte het kopje aan en deed er twee schepjes suiker in. Draco roerde zodat het suiker snel oploste. Hij nam een slok van de thee en zei een beetje nerveus: "Ik...uhm...dit is een beetje moeilijk om uit te leggen, dus probeer ik het zo goed mogelijk uit te leggen."

Perkamentus knikte maar zei verder niks.

'Hoe moet ik dit uitleggen?' dacht Draco die fronste. Hij haalde diep adem en begon met uitleggen. "Nu mijn Vader in Azkaban zit, heb ik veel tijd gehad om na te denken. Mijn Vader wou graag dat ik in zijn voetsporen zou treden. Zoals ik al zei ik heb veel tijd gehad om na te denken, en ben tot een besluit gekomen."

Perkamentus zijn wenkbrauwen klommen langzaam omhoog, maar hij zei verder niks.

Draco ging verder praten, maar werd wat nerveus.

"Wat ik probeer te zeggen is dat uhm...ik uhm geen Dooddoener wil worden."

"Voordat je verder gaat," brak Perkamentus in "volgens mij heb je een brief in je zak zitten."

Draco fronste en haalde de brief uit zijn zak.

"Je mag hem openmaken als je wilt," zei Perkamentus.

Draco knikte en brak het zegel van de enveloppe en haalde de brief eruit. Draco begon te lezen.

Draco,

Als je deze brief ontvangt, betekend dit dat ik je op de één of andere manier zelf niet kon spreken. In deze brief staat veel informatie over wat ik verwacht van je. Zoals je al gemerkt hebt zijn er een aantal Zwadderaren niet meer in Zwadderich. Deze mensen hebben de juiste keuze gemaakt, en zijn nu ingewijd en Dooddoeners.

Aan het eind van dit jaar in de Zomervakantie heb je diezelfde keuze om te beslissen of je een Dooddoener wilt worden of niet. Ik verwacht van je dat je de juiste keuze maakt, en me niet teleurstelt. Als je kiest om een Dooddoener te worden, dan wordt er een inwijding gehouden. Ook worden er in de Zomervakantie andere leerlingen ingewijd. Stel me niet teleur. Ook zorg ik ervoor dat je gehuwd wordt met een Volbloed heks met een goede status ten opzichte van de Malfidussen. Dat is nog een reden dat je naar huis moet komen.

Alleen als je toestemt om een Dooddoener te worden, word je uitgehuwd. Als je echter het Duistere Teken weigert ben je in mijn opzicht geen Malfidus meer. Als je echter de raad van mij opvolgt dan kom je thuis voor verdere instructies.

Zo kunnen we ervoor zorgen dat alles loopt zoals het hoort. Als je deze brief krijgt en ik ben in Azkaban, dan hoef je je geen zorgen te maken. Je moeder weet niks van deze brief af, dus als je een vraag hebt dan kun je niet bij haar terecht.

Zorg dat je de juiste, en goede keuzes maakt, en me niet teleur hoeft te stellen.

Zorg goed voor jezelf.

Je Vader, Lucius.

Toen Draco klaar was met lezen, was hij woedend. Zijn handen trilden terwijl de brief in een doodgreep in zijn hand zat.

"Meneer Malfidus?" vroeg Perkamentus.

Draco keek op en gaf de brief geluidloos aan Perkamentus, zonder een woord. Perkamentus las de brief. Toen Perkamentus klaar was met lezen zei hij: "Je wilt dus geen Dooddoener worden. Wat wil je dan wel?"

Draco dronk de rest van zijn thee op en zei: "Ik wil me graag bij jullie aansluiten."

Perkamentus zijn wenkbrauwen vlogen bijna van zijn gezicht af toen hij dit te horen kreeg. "Meneer Malfidus, weet je wel wat er allemaal kan gebeuren als je het pad naar Dooddoenerij negeert?" vroeg Perkamentus.

"Niet helemaal, maar ik heb mijn keuze gemaakt en ik blijf daarbij," zei Draco met zekerheid.

"Mooi, mooi," zei Perkamentus die glimlachte, en die twinkel weer in zijn ogen had. "Ik heb alleen wel een vraagje," Zei Perkamentus.

"Wat dan Meneer?" vroeg Draco beleefd.

"Je kent toch wel het groepje leerlingen die de 'SVP' vormen? Strijders Van Perkamentus?"

"Ja die ken ik. Ze zijn alleen niet zo blij met me," beantwoordde Draco een beetje schaapachtig.

"Ik zal aan Harry vragen of hij een extra leerling kan gebruiken. Zou je dat willen?" vroeg Perkamentus.

"Als ze me toe zouden laten wel," beantwoordde Draco die fronste.

"Mooi zo. Ik zal Harry zo snel mogelijk informeren. Ik ben alleen wel bang dat het een tijdje zou kunnen duren. Misschien eind deze week, begin volgende week. Ik beloof echter niks. Oh, en mag ik deze brief houden?" vroeg Perkamentus.

Draco keek met een vieze blik naar de brief, en zei: "Ja u mag hem hebben. Ik hoef hem echt niet terug te hebben. Hebt u me nog ergens anders voor nodig?" vroeg Draco.

"Nee mijn jongen, ga maar lekker slapen," zei Perkamentus.

Draco stond op en zei: "Een goede dag verder," liep naar de deur en nam de trap naar beneden. Draco liep rustig naar zijn kamer toe. 'Gelukkig heb ik nu mijn eigen kamer,' dacht Draco terwijl hij onderweg was. 'Nu hoef ik de andere Zwadderaren voorlopig niet te zien.'

Toen Draco voor het portret stond, begroette ze hem, en Draco groette haar terug. Draco gaf haar het wachtwoord, en opende de deur. Het was vrij donker aangezien het al vrij laat was. 'Eerst even licht maken,' dacht Draco. Nadat de kaarsen aan waren gebruikte hij een spreuk op de open haard waardoor de vlammen blauw en koel waren. De warme kamer werd zo aangenaam koeler. Meestal was het al vrij koel op 1 september. Dit jaar was het juist het tegenovergestelde. Het was behoorlijk warm.

Draco ging naar de badkamer om te douchen en tanden te poetsen.

Toen hij klaar was deed hij alle lichten uit, maar liet het vuur aan. Hierdoor waren de schaduwen van de bank en de twee stoelen duidelijk zichtbaar. Hierna liep hij verder in zijn kamer, deed zijn pyjama aan en ging in bed liggen. 'Dat was zeker een avond vol verrassingen,' dacht Draco voordat hij in slaap viel. Wat hij echter niet had verwacht, was dat de droom van de vleugels weer terug kwam.


Dag 1 school van Harry.

De volgende dag werd Harry ruw wakker geschud.

"Wa isser?" vroeg Harry slaperig.

"Oh niks, we komen zo alleen maar te laat bij Sneep, dat is alles," zei Ron sarcastisch.

Harry begon gelijk zijn schoolgewaad bij elkaar te zoeken toen hij tussen de kledingstukken door vroeg: "Shit, hoe laat is het?"

"We kunnen het nog net redden voor Sneep. Zo laat is het, ten minste als je opschiet."

"Jaja, kom nou maar," zei Harry die wegliep met Ron achter zich aan.

Ze sprongen door het portretgat heen, renden daarna door de gangen, en sprintten de trappen af, op weg naar de Kerkers. Ze kwamen hijgend aan, maar waren gelukkig net op tijd.

"We...hebben...echt...geluk," wist Ron met veel gehijg uit te maken.

"Waar waren jullie?" vroeg Hermelien ongerust.

"Verslapen," wist Harry uit te maken.

"Nou, zorg dat het niet weer gebeurt. Jullie hadden echt geluk dat jullie op tijd zijn," zei Hermelien.

"Nou, wat een geluk. Ik heb niks kunnen eten," zei Ron gekwetst.

"Kun je echt alleen maar aan eten en aan je maag denken?" vroeg Hermelien.

"Ja, problemen mee?" Hermelien rolde alleen maar met haar ogen.

"Zo, zo, zo, denk je dat je de eerste dag al te laat kan komen Pottertje?" vroeg Malfidus sarcastisch.

"Ik ben niet te laat," antwoordde Harry koeltjes.

"Jullie zijn toch niet aan het vechten?" vroeg Sneep koel voordat Malfidus iets terug kon zeggen tegen Harry.

"Nee meneer," antwoordden Harry en Malfidus.

"Nou waar wachten jullie dan op, ga het lokaal in," snauwde Sneep.

De Griffoendoren en de Zwadderaren stroomden het lokaal in tot iedereen binnen was. Harry ging snel naast Ron zitten aan de kant van de Griffoendoren. Harry probeerde bij de les te blijven toen Sneep begon met zijn preek, maar hij merkte dat hij erg moe was.

"...duurt een maand om de Wisseldrank te maken..." zei Sneep die verder ging met zijn preek.

"Meneer Potter wilt u zo vriendelijk zijn om op te letten?" vroeg Sneep ijzig.

"Ja meneer," zei Harry.

Sneep ging weer verder - na 5 punten van Griffoendor afgehaald te hebben -, en Harry deed zijn best om op te letten.

"...opgedeeld in groepjes van twee."

Harry wachtte tot zijn naam werd genoemd.

"...Meneer Potter en Meneer Malfidus..."

Harry gromde en pakte langzaam zijn spullen op om naast Malfidus te gaan zitten. Malfidus zei niks toen Harry met een zachte plof naast Malfidus ging zitten.

Harry kreeg een snijplank met ingrediënten aangeschoven, met instructies hoe hij ze moest snijden. 'En dit moet ik een maand volhouden?' dacht Harry vol ongeloof.

Terwijl Draco ingrediënten toevoegde, sneed Harry de ingrediënten die hij van Malfidus kreeg.

Toen de les over was zette Malfidus de Wisseldrank zorgvuldig weg.

Hermelien en Ron wachtte op Harry buiten het lokaal. Harry kwam naar buiten, en zag dat Ron en Hermelien hem opwachtte. Ze liepen samen naar Verweer Tegen De Zwarte Kunsten. Ze hadden van een jonge vrouw genaamd professor Aqua. Ze was eind 20 begin 30, en was meestal veel aan het lachen. Maar als het moest kon ze heel erg streng zijn.

Na Verweer Tegen De Zwarte Kunsten hadden ze Kruidenkunde van professor Stronk.

Hierna hadden ze de spannendste lesuren ooit: Waarzeggerij van professor Zwamdrift. Dit jaar hadden ze weer met Zwadderich samen. Harry ging automatisch bij Ron zitten. Professor Zwamdrift had alleen andere ideeën.

"Jongen, mijn innerlijk oog zegt dat je niet veilig bent met hem. Ga maar bij meneer Malfidus zitten."

"Jongen?" vroeg ze aan Blaise Zabini die bij Draco zat. "Ga maar even bij meneer Wemel zitten."

Met deze instructies gingen Harry en Zabini van plek wisselen.

'Kan deze dag nog beter worden? Eerst Toverdranken, nu ook nog Waarzeggerij,' dacht Harry bitter.

"Zo Potter heb je nog niet genoeg van mij?" vroeg Malfidus met zijn typische Malfidus grijns.

'Blijkbaar niet,' dacht Harry. Hij wist wel beter dus zei hij niks. Hij wou echter wel met zijn ogen rollen, maar hield zich op tijd tegen. Het had geen nut om zoiets te doen. Malfidus zou er toch wel wat van zeggen.

Harry ging met een luide plof naast Malfidus zitten. Dit had hij echter beter niet kunnen doen, want nu zei Zwamdrift:

"Nou, nou meneer Potter. Ietsjes enthousiaster graag."

"Ja professor," zei Harry met een gesmoorde stem.

'Eerst moet ik bij Malfidus zitten, en dan moet ik enthousiaster zijn ook nog?' dacht Harry vol ongeloof.

"Ja Potter, iets enthousiaster graag," zei Malfidus met een grijns.

Harry haalde alleen maar een wenkbrauw omhoog en zei: "Of anders wat Malfidus? Haal je je pappie erbij die in Azkaban zit?" Harry wist dat dit laag was. Ook al was dit bedoeld om Malfidus te kwetsen.

Malfidus zijn grijns was allang van zijn gezicht verdwenen en hij werd langzaam bleker.

Harry wist dat als hij door zou gaan, dan zou Malfidus heel kwaad worden, dus deed hij precies dat. "Of ga je me omkopen zoals jullie deden bij de Wikenweegschaal? Ik kan nu al vertellen dat ik niet geïnteresseerd ben."

Malfidus werd eerst zo mogelijk nog bleker voordat hij langzaam rood begon te worden en zijn vuisten balde, hoewel hij van het laatste zich niet bewust was. "Hou mijn Vader erbuiten Potter!" zei Malfidus in een stem die nauwelijks de woede door liet schemeren, maar toch te horen was.

"Of anders wat Malfidus?" vroeg Harry geamuseerd.

"Zoals je zelf net al zei Potter!" - Malfidus zei de naam alsof het een gevaarlijke ziekte was - "We hebben veel contacten in de Wikenweegschaal."

Harry ging er verder niet op in, maar probeerde op te letten in de les. Dit was op zich al vreemd, want hij lette nooit goed op. 'Maar natuurlijk, wat kan ik anders? Het is ten minste beter als naar Malfidus luisteren,' dacht Harry.

Harry keek naar Ron, en zag dat die het er ook moeilijk had. 'Wat verwacht je dan ook met een Zwadderaar naast je. Oh ja, mijn leven kan echt niet erger. Waarom neemt Malfidus deze les eigenlijk nog? Mijn eigen gedachten zijn al geeneens veilig met hem in de buurt," dacht Harry. Harry zag dat Malfidus aantekeningen maakte. Harry haalde zijn schouders op en pakte een veer, inkt en een schoon stuk perkament om aantekeningen voor zichzelf te maken.

Ron en Hermelien stonden buiten het lokaal op Harry te wachtten tot hij klaar was met spullen inpakken.

"Volgens mij heeft elke Professor iets tegen mij," zei Harry toen ze naar de Grote Zaal toe liepen voor het middageten.

Ze gingen aan de Griffoendor tafel zitten om te eten. Gelijk toen ze zaten begon Ron van alles en nog wat op te scheppen, en het eten in zijn mond te schuiven.

"Ron...lieverd, alsjeblieft. Wil je voor één keer eens normaal eten?" vroeg Hermelien poeslief.

"Waa'om? Ik eet a's e'en 'eer." Ron slikte en zei opnieuw. "Waarom? Ik eet als een heer."

"Tuurlijk eet je als een heer," zei Hermelien die met haar ogen rolde.

"Harry zeg haar dat ik hele goede tafelmanieren heb!" zei Ron die nu een lichtelijk verontwaardigde toon aannam.

"Ja hoor Ron, heel netjes," zei Harry die ook met zijn ogen rolde.

"Hmpf," antwoordde Ron die net een worstje in zijn mond had geduwd.

Nadat iedereen had gegeten - behalve Harry want die had niet zoveel trek - gingen ze op weg naar Verzorging Van Fabeldieren.

"Oke zijn we d'r allemaal?" bulderde Hagrid.

Er was bevestigend gemompel van zowel de Griffoendoren en de Zwadderaren.

"Vandaag hebben we 'n beetje 'n luidruchtige gasten," ging Hagrid verder. Hij haalde een krat op en het leek net alsof er één grote haarbal in zat, totdat er een snuit duidelijk zichtbaar werd. De snuit begon te praten, of eerder te beledigen.

"Die kleur staat je niet," zei de snuit nonchalant tegen Malfidus.

"Haha," zei Hagrid, "Weet iemand wat deze dieren zijn?"

Hermelien haar hand vloog gelijk omhoog.

"Toe maar Hermelien," zei Hagrid.

"Bedankt Professor," zei Hermelien.

Hagrid bloosde onder de opmerking van Hermelien.

"Deze dieren worden Jarveys genoemd," begon Hermelien. "Ze eten als ze ouder worden vlees zoals muizen en ratten. Ook leven ze dan onder de grond. Het meest typische aan Jarveys is dat ze iedereen beledigen. Ze kunnen niet hele zinnen formuleren. Toch kunnen ze nu al veel meer zeggen dan ongeveer 30 jaar geleden. Jarveys zien eruit als hele grote fretten. Daarom verwisselen sommige mensen fretten met Jarveys, en andersom."

"Heel goed Hermelien. 10 punten voor Griffoendor. Oké hullie gaan met z'n tweetjes één Jarvey verzorgen voor 'n week. Professor Perkamentus heeft me gevraagd om Griffoendor en Zwadderich door elkaar te schudden," Hagrid gaf een verontschuldende blik naar de Griffoendoren. "Oké ik ga hullie nu bij elkander plaatsen," zei Hagrid. "Korzel en Fillister, Kwast en Ron..."

Zo ging het nog even door totdat de laatste twee namen werden genoemd. "Harry en Malfidus."

"Wat! Dat kun je niet maken!" zei Malfidus.

"Ja dat kan ik wel," antwoordde Hagrid vrij koeltjes. "Pak allemaal maar 'n Jarvey, dan pak ik het voedsel," zei Hagrid zodat iedereen hem hoorde.

Harry pakte er één op aangezien Malfidus niet eens probeerde in de buurt van de Jarvey te komen.

"Weet je Malfidus, hij lijkt eigenlijk wel wat op je. Hetzelfde zilverblonde haar. Allebei een grote mond," Harry bleef daarbij. Hij had er bijna uitgefloept dat Malfidus net zo mooi slank lichaam had als de Jarvey.

"In geen manier lijk ik daarop," zei de Jarvey.

"Hoe heet je eigenlijk?" vroeg Harry die nu zijn aandacht wendde tot de Jarvey in zijn armen.

"Mijn naam is Carl," antwoordde de Jarvey.

"Oké Carl, wat vind je ervan als ik je mee zal nemen?" vroeg Harry.

"Wie zegt dat jij hem mee mag hebben Potter?"

Hagrid bulderde over het terrein: "Oh ja da's waar ook. Je moet met je partner afwisselen want de Jarveys kunnen soms vermoeiend zijn."

"Ik neem hem eerst Malfidus," zei Harry.

"Best. Ik wil er toch niks mee te maken hebben," zei Malfidus.

"Zolang je hem binnenkort maar overneemt," zei Harry.

"Best. Maar weet wel dat ik dit niet wil," zei Malfidus een beetje zeurderig.

"Ik ook niet Malfidus, maar ik wil wel graag afstuderen," zei Harry.

"Julie lijken net een getrouwd stel," zei Carl.

"Weet je Carl? Iets zegt me dat je het heel gezellig zal hebben in de Griffoendor Toren," zei Harry.

"Ja, je lijkt me veel beter dan die jongen die tegen de boom aan het leunen is," reageerde Carl.

"Deze jongen heeft ook een naam!" antwoordde Malfidus die Harry een blik gaf die niets vriendelijks hield, omdat die jongen gewoon het lef had om te glimlachen naar de Jarvey.

"En wat is dat dan Blondje?" vroeg Carl.

Harry moest heel erg zijn best doen om niet in hysterisch gelach uit te barsten, door de blik op Malfidus zijn gezicht.

Malfidus plaatste het koele, onverschillige masker weer op zijn gezicht voordat hij Carl beantwoordde. "Mijn naam is Draco Malfidus. En diegene daar is Potter."

"Harry Potter," vulde Harry nog aan.

Malfidus trok zijn wenkbrauwen op.

"Voor Carl is het Harry," beantwoordde Harry op de niet-gestelde vraag van Malfidus.

"Iedereen verzamelen," brulde Hagrid over alle leerlingen hun stemmen heen. "Oké hullie weten vast en zeker de naam van je Jarvey al?" vroeg Hagrid.

Alleen gemompel en positieve geluiden waren het antwoord op de vraag.

"Hullie gaan de laatste paar minuten de naam, geslacht en andere kenmerken van je Jarvey op perkament zetten," zei Hagrid.

Iedereen begon aan hun project, totdat de les afgelopen was.


"Nu weet ik waarom ik steeds met Malfidus opgescheept zit," zei Harry die het eindelijk begreep.

"Ja Harry, wij nu ook, en we leven allebei met je mee," zei Hermelien begripvol.

"Nou ja, ik moet er maar aan wennen om in de buurt van Malfidus te zijn. Misschien leer ik er nog wat van," zei Harry die Carl op zijn schoot had neergezet om hem wat eten te geven.

"Dat is de juiste instelling," zei Hermelien.

"Volgens mij hebben alle Griffoendoren de Jarveys," merkte Ron op.

"Ja, de Zwadderaren denken dat ze er zo onderuit kunnen komen, alleen vergeten ze dat je dit met zijn tweeën moet doen," zei Hermelien.

"Ik wil het eigenlijk ook alleen doen, maar ja ik moet nu met Malfidus werken, en zoals ik al zei: misschien kan ik ervan leren," zei Harry.

"Hij kan er nu ten minste niet bij weglopen, ik bedoel deze opdracht moet je doen, anders kan je niet afstuderen," merkte Hermelien op.

"Ja, nou ik doe mijn best om dit te laten slagen. Of niet soms Carl?" vroeg Harry.

"Tuurlijk Harry," zei Carl.

Toen het avondeten afgelopen was gingen de Griffoendoren en de Jarveys naar de Toren van Griffoendor.

"Heer Hendrik." Harry gaf het wachtwoord aan de Dikke Dame, en die liet ze erlangs. De hele Toren was gevuld met beledigende opmerkingen van de Jarveys.

"Je stinkt," zei de Jarvey van Hermelien tegen haar.

"Ineke houd gewoon je mond even, het is al erg genoeg zonder je aanwezigheid," zei Hermelien ongeduldig en gefrustreerd.

Na Hermelien haar kleine uitbarsting werd het wat stiller in de Toren. Dit kwam vooral aangezien het al laat was, en iedereen helemaal geen energie meer over had om op de Jarveys te reageren.

"Weet je? Ze zien er zo eigenlijk wel schattig uit," zei Hermelien.

"Ja, nu ze hun monden dicht hebben wel ja," zei Ron.

Harry was ondertussen op de bank voor het vuur in slaap gevallen.

"Hij moet wel erg moe zijn om op de bank in slaap te vallen," merkte Hermelien op toen Harry's bril op de grond viel.

"Zullen we hem wakker maken?" vroeg Ron aan Hermelien.

"Ja, dat is beter voor hem," zei Hermelien. Hermelien liep naar Harry toe en zei: "Hey Harry, wakker worden." Hermelien schudde hem zachtjes tot hij wakker was.

"Wa...? Hoe lang lag ik te slapen?" vroeg Harry duf.

"Geen idee maat, maar ga maar naar je bed toe, aangezien je zo moe bent." stelde Ron voor.

"Ja, zal ik doen. Tot morgen dan maar," zei Harry die Carl oppakte die naast hem lag, en zijn bril meenam.

Hierna vertrok hij naar boven om naar bed toe te gaan. Pas toen Harry op zijn bed lag merkte hij pas hoe uitgeput hij daadwerkelijk was. Hij stond weer op om zijn pyjama aan te trekken. 'Nou de volgende dag kan niet erger zijn als deze,' dacht Harry, terwijl hij ervoor zorgde dat Carl een prettig plekje had om te gaan slapen.

"Slaap lekker Harry," zei Ron die ook binnen kwam om te gaan slapen.

"Ja, jij ook Ron. Tot morgen," antwoordde Harry.


Dag 1 school van Draco.

Draco was de volgende dag vrij vroeg wakker. Hij rekte zich uit en ging in zijn pyjama naar de badkamer om zijn tanden te poetsen en een kam door zijn haar te halen. Nadat hij zijn tanden had gepoetst en een kam door zijn haar had gehaald, ging hij weer naar de kamer toe om zich aan te kleden.

Draco was diep in gedachten toen hij voor het lokaal stond van Sneep voor Toverdranken. Er kwamen twee leerlingen in een haast aan sprinten. Het was onmiskenbaar een hoofd met roodoranje haar en een hoofd met gitzwart haar. Zijn hart ging sneller slaan toen hij Harry zag.

Omdat Draco bij de Zwadderaren was, kon hij de kans niet voorbij laten slippen om ze te beledigen. Anders zou het opgemerkt worden. Dus ging Draco voor zijn beste sarcastische stem en zijn hatelijke opmerking.

"Zo, zo, zo, denk je dat je de eerste dag al te laat kan komen Pottertje?"

Draco kromp ineen toen hij dit had gezegd, maar Harry had het gelukkig niet gezien en zei: "Ik ben niet te laat."

Daarna kwam Sneep eraan, en vroeg of er iemand aan het vechten was.

De klas liep langzaam vol met Griffoendoren en Zwadderaren. Draco ging gelijk bij Blaise Zabini zitten.

"Ik ben benieuwd welke toverdrank we nu gaan brouwen," zei Blaise zacht om geen aandacht te trekken.

Toen Blaise dit net tegen Draco had gezegd begon Sneep te preken over de toverdrank. "De ingrediënten die je gebruikt voor een Wisseldrank zijn: Gaasvliegjes, bloedzuigers, wolfsmelk, varkensgras, gemalen hoor van een Tweehoorn, geraspte huid van een boomslang en ten slotte een stukje van een persoon. Wij gebruiken in deze lessen een haar," Sneep ging nog verder met instructies opnoemen, en op het bord zetten.

Draco zijn aandacht werd eerder getrokken naar een belangrijker object: Harry Potter bekijken. Harry zag er vreselijk moe uit. Hij vocht gewoon om zijn ogen open te houden. Toen Draco dit zag hoorde hij Sneep tegen Harry snauwen: "Meneer Potter, wilt u zo vriendelijk zijn om op te letten?"

Draco zag dat Harry schrok voordat Harry zei: "Ja Meneer." Sneep ging weer verder met zijn preek - na 5 punten van Griffoendor afgehaald te hebben.

'Zo te horen worden we in groepjes van twee opgedeeld,' dacht Draco toen Sneep zei dat ze met een partner moesten werken voor de Wisseldrank, omdat het zo gecompliceerd was.

Bijna alle Griffoendoren en Zwadderaren waren als paren opgesteld. "Mevrouw Patil en Meneer Zabini."

Blaise stond op en liep naar de lege plek naast Parvati Patil.

Draco luisterde verder naar Sneep."...Meneer Potter en Meneer Malfidus..."

Harry ging naast Draco zitten met een zachte plof.

Draco gaf Harry een snijplank, ingrediënten en de instructies hoe hij iets moest snijden, pletten of vermalen.

Na een tijdje schoof Harry de snijplank naar Draco, en Draco deed de ingrediënten in de ketel en roerde het. Draco observeerde Harry terwijl Harry met de ingrediënten bezig was. De efficiëntie waarmee Harry de ingrediënten bereidde was adembenemend.

Harry's handen waren een tikje donkerder en wat groter dan die van Draco. Echte werkhanden. Ze leken ruw, maar tegelijk ook zacht. Draco wou graag Harry zijn hand in de zijne leggen en over zijn hand wrijven om zijn theorie te bevestigen. In plaats daarvan roerde Draco gauw de wisseldrank voordat zijn impulsen het overnamen van hem.

De les was gelukkig snel voorbij en Draco borg de Wisseldrank zorgvuldig op. Draco pakte zijn spullen in, en ging naar zijn eigen les.


De les Waarzeggerij was ook met de Griffoendoren. Draco pakte zijn tas en liep alvast naar het overweldigende warme, en geurende lokaal toe. Onderweg kwam Draco Blaise tegen.

"Goedemorgen Draco," zei Blaise tegen Draco.

"Goedemorgen Blaise," beantwoordde Draco beleefd.

"Belachelijk dat we deze hele dag zowat alleen met Griffoendoren zitten," zei Blaise geïrriteerd.

Draco reageerde hier niet op en ze liepen in stilte verder. 'Ik ben benieuwd waarom Perkamentus ons zo vaak bij de Griffoendoren heeft ingedeeld,' dacht Draco.

Alle leerlingen waren wat laat, of Blaise en Draco waren vroeg. Draco had net al zijn spullen uit zijn tas gepakt toen Zwamdrift begon te praten tegen Harry.

"Jongen, mijn innerlijk oog zegt dat je niet veilig bent met hem. Ga maar bij Meneer Malfidus zitten," hierna wendde ze zich tot Blaise,"Jongen? Ga maar even bij Meneer Wemel zitten."

Blaise stond op en liep naar Ron toe. Harry stond ook op om bij Draco te gaan zitten.

"Zo Potter, heb je nog niet genoeg van mij," vroeg Draco luid genoeg zodat de rest van de Zwadderaren het ook hoorden. Ook grijnsde hij naar Harry om het geloofwaardiger te maken.

Harry ging met een luide plof in de stoel tegenover Draco zitten. Dit trok Zwamdrift haar aandacht en ze reageerde met een: "Nou, nou Meneer Potter, ietsjes enthousiaster graag."

Toen ze dit had gezegd moest Harry blozen. Hij had het zelf niet eens door en zei gesmoord: "Ja Professor."

Ze liep weer weg, en Draco begon weer een nare opmerking te verzinnen, waarbij hij vast en zeker een schuldgevoel zal hebben. Maar Draco kon niet anders. Anders zou het te veel opvallen dat hij nu voor Perkamentus is. "Ja Potter, iets enthousiaster graag." Hij zei het luid genoeg dat alle Zwadderaren het gemakkelijk konden horen. Hij had de woorden die daarna van Harry zijn lippen vloeide niet verwacht. Er zat gewoon zoveel haat in.

Harry haalde een wenkbrauw omhoog en zei de meest gehate, pijnlijkste woorden die Draco ooit gehoord had, "Of anders wat Malfidus? Haal je je pappie erbij die in Azkaban zit? Of ga je me omkopen zoals jullie deden bij de Wikenweegschaal? Ik kan nu al vertellen dat ik niet geïnteresseerd ben."

Draco voelde eerst pijn toen Harry dat tegen hem zei. Daarna werd pijn gauw omgezet in woede, en Draco balde zijn vuisten en zei: "Hou mijn Vader erbuiten Potter!" Maar de pijnlijke woorden wilden maar niet stoppen.

"Of anders wat Malfidus?" vroeg Harry half geamuseerd.

Draco kon maar op één manier reageren. Het gesprek omdraaien. Of eerder gezegd Harry zijn vraag weer terug in zijn gezicht te gooien. "Zoals je zelf net al zei Potter! We hebben veel contacten in de Wikenweegschaal." Harry reageerde er verder niet op, dus Draco deed wat op dit moment het beste kon: Aantekeningen maken.

De bel ging en Draco stopte zijn spullen in zijn tas en liep het lokaal uit, op weg naar de Grote Zaal. Toen Draco aan de tafel van Zwadderich zat, keek hij naar Harry. Draco was nu allang gekalmeerd van wat er was gebeurt in Waarzeggerij. Harry at weer niks. Draco maakte zich nu echt zorgen. 'Wanneer heeft hij voor het laatst gegeten? Gisteren niet en hij was vanmorgen bijna te laat, dus dan zou hij ook niks gegeten hebben.' Draco fronste en bleef naar Harry kijken.

Draco stond op, en Korzel en Kwast gingen gelijk naast hem lopen. De Griffoendoren die ook Verzorging Van Fabeldieren hadden liepen in groepjes naar Hagrid zijn hut. Het duurde even voordat iedereen er was en toen de les begon.

"Oké zijn we d'r allemaal?" vroeg Hagrid aan alle leerlingen. Er was wat gemompel en blijkbaar was dat genoeg want Hagrid ging verder.

"Vandaag hebben 'n beetje 'n luidruchtige gasten."

Iedereen keek in de krat die er net neergezet was. Het leek net alsof er één groot bundel met haar in lag, totdat er een snuit boven al het haar uitdook en tegen Draco zei: "Die kleur staat je niet." Draco trok alleen maar zijn wenkbrauw omhoog voordat Hagrid weer verder ging.

"Haha. Weet iemand wat deze dieren zijn?"

De hand van Hermelien schoot gelijk omhoog en Draco schudde zijn hoofd. 'Hoe weet ze toch alles.' Hermelien gaf natuurlijk het goede antwoord en Hagrid ging verder met uitleggen.

"Oké hullie gaan met z'n tweetjes één Jarvey verzorgen voor 'n week. Professor Perkamentus heeft gevraagd om Griffoendor en Zwadderich door elkaar te schudden. Oké ik ga hullie bij elkander plaatsen. Korzel en Filister, Kwast en Ron, Parkinson en Hermelien..." Er werden nog een paar namen genoemd voordat de laatste twee namen opgenoemd werden. "Harry en Malfidus," eindigde Hagrid.

Draco vond dit op zich niet zo erg, maar moest weer vermoeiend doen alsof hij het vreselijk vond. "Wat! Dat kan je niet maken!"

Hagrid beantwoordde met een koele: "Ja dat kan ik wel," Hagrid richtte zijn aandacht weer op de rest van de klas en zei: "Pak allemaal maar 'n Jarvey, dan pak ik het voedsel."

Harry liep naar de krat toe en pakte een Jarvey. Draco keek naar Harry en schrok op toen Harry zei: "Weet je Malfidus, hij lijkt eigenlijk wel wat op je. Hetzelfde zilverblonde haar. Allebei een grote mond."

Draco kon zich nog goed het vierde jaar herinneren en kromp ineen voordat de Jarvey zei: "In geen manier lijk ik daarop."

Harry vroeg toen wat de naam van de Jarvey was.

"Mijn naam is Carl," beantwoordde de Jarvey.

Harry vroeg wat de Jarvey ervan zou vinden als hij hem meenam. Hier sprong Draco in het verhaal en vroeg: "Wie zegt dat jij hem mee mag hebben Potter?"

Hier kwam Hagrid weer tussen met: "Oh ja da's waar ook. Je moet met je partner afwisselen want de Jarveys kunnen soms vermoeiend zijn."

"Ik neem hem eerst mee Malfidus," zei Harry tegen Draco.

Draco beantwoordde met een: "Best ik wil er toch niks mee hebben te maken."

"Zolang je hem binnenkort maar overneemt," zei Harry tegen Draco.

Draco zorgde ervoor dat hij zo zeurderig mogelijk klonk en zei toen: "Best maar weet wel dat ik dit niet wil."

Harry beantwoordde met een: "Ik ook niet Malfidus, maar ik wil wel graag afstuderen."

Draco ging ondertussen tegen de boom aanleunen die vlak achter hem stond. Dit keer was het de Jarvey die sprak. "Jullie lijken wel een getrouwd stel."

Toen Draco dit hoorde bloosde hij een beetje, maar Harry zag dit niet, omdat hij tegen de Jarvey zat te praten.

"Weet je Carl, iets zegt me dat je het heel gezellig zal hebben in de Griffoendor Toren."

De Jarvey antwoordde met een: "Ja, je lijkt me veel beter dan die jongen die tegen de boom aan het leunen is."

Draco antwoordde met: "Deze jongen heeft ook een naam!"

Harry glimlachte naar de Jarvey, en Draco kon voor een moment niet ademen. Hij had dat wel vaker gezien. Tuurlijk. Harry glimlachte altijd naar zijn vrienden. Dit was alleen anders. Dit was een liefdevolle blik die je een huisdier geeft. Draco had nog nooit zoiets moois gezien in heel zijn leven. Draco werd alleen verstoord door de Jarvey.

"En wat is dat dan Blondje?"

Draco zag dat Harry zijn best deed om niet te lachen. Ook merkte hij dat zijn masker van koele afstandelijkheid en onverschilligheid een beetje was weggeslipt, dus zorgde hij ervoor dat zijn masker weer op zijn plek zat en zei tegen Carl: "Mijn naam is Draco Malfidus. En diegene daar is Potter."

"Harry Potter," vulde Harry aan.

Draco trok hierbij zijn wenkbrauwen omhoog voordat Harry bloosde en zei: "Voor Carl is het Harry."

Draco was echter druk bezig om Harry zijn gezicht te onderzoeken. 'Wat is hij schattig als hij bloost. Ik denk dat ik daar wel vaker voor zou willen zorgen. Maar hij is nog steeds te dun.'

De stem van Hagrid bulderde: "Iedereen verzamelen."

Iedereen liep naar Hagrid toe voordat hij verder ging. "Oké, hullie weten vast 'n zeker de naam van je Jarvey al?" Er was wat gemompel, en toen gaf Hagrid een opdracht voor de rest van de les. "Hullie gaan de laatste paar minuten de naam, geslacht en andere kenmerken van de Jarvey op perkament zetten."

Iedereen ging aan de slag totdat de les afgelopen was. Harry ging weer naar Ron en Hermelien toe om naar het Kasteel te lopen. Harry begon met Ron en Hermelien te praten, terwijl Draco met Korzel en Kwast naar het Kasteel liep. Korzel en Kwast probeerde Draco aan het praten te krijgen, maar Draco was vaak kortaf.

Uiteindelijk kwamen ze aan in de Grote Zaal en gingen aan de tafel van Zwadderich zitten. Draco begon een beetje te eten, maar hij had geen trek, dus ging hij naar Harry kijken. Draco zag hoe Harry de Jarvey te eten gaf, terwijl de Jarvey op zijn schoot zat. Harry at zelf ook wat, al was het niet veel.

'Gelukkig eet hij nu ten minste wat,' dacht Draco die ondertussen afwezig met zijn vork in zijn eten prikte.

"Draco is er wat?" vroeg Pansy bezorgd.

Draco keek alleen naar haar en zei: "Beetje last van hoofdpijn. Dus ik denk dat ik vandaag gelijk naar mijn eigen kamer ga."

"Hoofdpijn? Ga anders naar Madam Plijster toe," zei Pansy.

'Zo krijg ik nog echt hoofdpijn,' dacht Draco. Uiteindelijk zei hij: "Maakt niet uit. Als ik een paar uurtjes ga liggen is het morgen wel weer over."

Pansy fronste, maar zei er verder niks over.

Draco stond op en ging naar zijn kamer toe.


"Goede avond Celeste," zei Draco tegen het portret voor zijn kamer.

Ze giechelde en zei: "Jij ook een goede avond Draco."

"Alles goed?" vroeg Draco. Eigenlijk had het geen zin, omdat portretten en schilderijen nooit ziek kunnen worden.

"Ja hoor. En met jou dan?" vroeg Celeste.

"Redelijk. Maar ik wil graag naar binnen toe, dus Narcissa. En een fijne dag nog."

"Jij ook Draco," zei Celeste voordat ze open zwaaide zodat Draco naar binnen kon stappen.

Draco had een spreuk op zijn kamer gezet zodat als hij naar binnen kwam de lichten in de kamer aan gingen en de open haard weer zijn blauwe vlammen had voor verkoeling.

Draco ging aan zijn tafel zitten om huiswerk te maken.

Nadat hij alles af had gemaakt ging hij op de stoel voor de open haard zitten. Draco deed zijn schoenen uit en zette ze naast de stoel neer. Daarna trok hij zijn voeten en benen omhoog en sloeg zijn armen om zijn benen. 'Ik wou dat er iemand was waarmee ik kon praten. Bijna alle Zwadderaren zijn te veel verbonden met De Heer Van Het Duister.' Hij begon een mentale lijst te maken met wie hij wel kon praten. 'Huffelpuf? Echt niet. Ravenklauw? Misschien. Maar ik denk niet dat ze me zouden geloven. Griffoendor? Beste kans van alle afdelingen.

'Maar wie? Misschien dat Harry me wel gelooft. Het is het proberen waard. Wat heb ik te verliezen? Het enige wat me nog echt dierbaar is, is mijn moeder. Maar wanneer kan ik hem spreken? Of beter gezegd, wanneer is hij alleen? Ik houd hem deze week goed in de gaten,' dacht Draco.

Hij liep naar de badkamer toe en poetste zijn tanden, en haalde een kam door zijn haar. Hierna liep hij weer naar zijn kamer en deed de lichten uit. Hij deed zijn pyjama aan en ging in bed liggen.

Draco droomde die nacht opnieuw over de zijdezachte witte vleugels. Het enige wat de nachtmerries tegen hield.


A/N: EDIT donderdag 12 januari, 2012 23:30: De typefouten, missende komma's en alles maakte mij helemaal gek. Dus ik ga nu alle hoofdstukken langs om naar de spellingsfouten te kijken.

De Jarvey Carl is geïnspireerd naar een ex-docent van onze ex-school. Hij ging met pensioen, en voor zover ik het weet runt hij nog steeds een massagesalon. Het was een geweldige leraar, en reageerde positief, ook toen we in onze schriftjes schreven en totaal niet bij de les waren.

En weten jullie hoe pijnlijk het is om dit weer na te lezen? Na twee jaar realiseer ik me hoe mijn schrijfstijl is verbeterd, en minder kinderlijk lijkt. Althans, dat denk ik dan ;).