A/N: Ja, ik ben vreselijk voor het opstarten van een nieuwe fic wanneer ik vrij druk ben. Maar ik weet dat jullie het fijn vinden (ja toch?). Deze fic is orgineel Engels, maar ik heb permissie om hem in het Nederlands te maken.

Samenvatting: Draco is ontvoerd en gedwongen om een keuze te maken tussen dood, en het worden van iets wat minder dan menselijk is. Hij maakt natuurlijk de goede keuze. HP/DM. Met permissie van Cheryl Dyson. Door DW.

Waarschuwing: Seksuele scenes, en grof taalgebruik. Dat is het denk ik wel...

Disclaimer: Nope, Harry Potter behoort niet aan mij :). De verhaallijn ook niet, die is van Cheryl Dyson. Ik vertaal het alleen maar.


When we walk to the edge of all the light we have
and take the step into the darkness of the unknown,
we must believe that one of two things will happen.
There will be something solid for us to stand on
or we will be taught to fly.
-Patrick Overton

Draco had het koud. Koud en verdomde oncomfortabel. Een rilling ging door zijn lichaam, en stelde hem op de hoogte van andere dingen als de koud en het oncomfortabele gevoel, alhoewel die dingen er nog steeds waren. Allebei de sensaties verdubbelde toen hij zijn ogen open deed.

Wat...? He schoot recht omhoog in een zitpositie, maar moest zijn ogen sluiten tegen de duizeligheid en de drang om te braken. Hij slikte hard tegen de smaak van gal in zijn mond. Gedrogeerd dan. Of geraakt met een Cruciatus toen hij viel.

Hij opende zijn ogen nu voorzichtiger om zijn omgeving te verkennen en in kaart te zetten. Maar bij Merlijn was het koud! En bijna donker. Zijn blik gleed over de inkt gekleurde stenen die hem aan alle kanten omringde, volgde de herhalende patronen op en naar de enige plek van licht – een stukje van de lood-gekleurde lucht erboven.

"Ik ben op de bodem van een kuil?" vroeg hij tegen zichzelf, hopende dat zijn stem de illusie zou laten verdwijnen. Zijn adem was mist in de lucht, en hij wikkelde zijn armen om zich heen zonder de moeite te nemen om op te staan. De mensen die verantwoordelijk waren voor zijn verblijf gaven blijkbaar niet of hij dood zou vriezen. Hij wist zonder het na te kijken dat zijn stok afgepakt zou zijn. Toch controleerde hij het; het was inderdaad weg.

Draco stond op. Toen hij dit deed gleed zijn gewaad langs iets. Het gerinkel van glas op steen trok zijn aandacht. Twee glazen flesjes lagen aan zijn voeten, net als een stuk papier. He bukte and pakte ze op. Het handschrift was onbekend voor hem, en moeilijk te lezen in het donker.

Malfidus – je bent veroordeeld en te licht bevonden. Sommige zijn jouwn misdaden misschien vergeten, maar wij niet. Het is bekend dat je nooit direct vermoord, en het prefereert om dat klusje aan anderen over te laten. Daarom volgen we jouw voetsporen, en bieden je zelfs een soort genade. We hebben je twee toverdranken nagelaten. Degene met de zwarte dop bevat een sterk vergif. Als je wilt boeten voor je misdaden, dan drink je het. We kunnen je niet een pijnloze dood beloven, maar het zal snel zijn, en je miezerige leven komt tot een spoedig eind.

Als je zwak bent, en kiest om te leven, dan drink je uit het glazen flesje met de witte dop. Als je dit doet, dan zul je leven, maar op de kosten van je menselijkheid en je kostbare volbloed status. Je zult minder dan menselijk worden, een wezen beschimpt en gevreesd, amper meer dan een beest. Je zult misschien een manier vinden om te ontsnappen uit je cel. Kies verstandig.

Draco staarde naar de flesjes in afschuw. Beiden waren doodvonnissen, wat hem betreft. De eerste zou hem pijnlijk doodden, maar snel. Draco gooide het bijna op de stenen vloer. Hij was niet van plan om zichzelf te vermoorden. Hij keek wezenloos naar het andere flesje. Minder dan menselijk. Beschimpt en gevreesd. Wat was het dan? Bloed van een Vampier?

Draco stopte de flesjes in een zak van zijn gewaad. Paniek drong door tot in zijn aderen toen ze bijna uit zijn verdoofde vingers glipten. Hij hield zijn zenuwen in bedwang toen ze in zijn zak vielen. Zelfs vreselijke opties waren beter als geen.

He stopte zijn handen onder zijn armen en stampte met zijn gelaarsde voeten. Een paar sneeuwvlokken daalden neer uit de opening. Shit, dat was precies wat hij nodig had, meer kou. Hij marcheerde op zijn plek, en voelde pijn door zijn tenen schieten door de plotselinge circulatie. Hij liep op de plek van zijn kleine cel en keek voor een manier om te ontsnappen. Er was geen. Hij realiseerde zich dat hij niet zomaar in een kuil was, maar een put, wat de stenen verklaarde. Hij veronderstelde dat hij geluk had om niet in water te staan.

De wanden waren van glad steen met gemetselde gaten, te klein voor zelfs zijn vingertoppen om vast te pakken. De uitgang was zo ver omhoog dat hij betwijfelde of hij zelfs met een touw omhoog had willen klimmen. Zonder zijn toverstok was hij hulpeloos. En ijskoud.

Draco ging ineengedoken tegen de muur aanzitten, en probeerde zichzelf zo warm mogelijk te houden. De cirkel met licht boven hem begon snel donkerder te worden en de sneeuwvlokken vermenigvuldigden zich. Hij wenste hartig voor zijn warme mantel, muts en handschoenen die hij droeg toen hij meegenomen werd, maar hij veronderstelde dat de kleding zijn lijden alleen maar zou verlengen.

Hij was onzeker hoe lang hij het volhield. Hij probeerde op zijn plaats te rennen en met zijn armen te zwaaien, maar de oefening hield hem warm voor luttele momenten, en lieten hem kouder dan ooit wanneer de ijzige lucht door zijn longen floot. Hij schreeuwde van woede voor een lange tijd en hij zwoor wraak te nemen op zijn ontvoerders en hen te vervloeken met elk afschuwelijk lot denkbaar. Hij hoopte dat zijn geschreeuw aandacht zou trekken van boven, maar geen enkel gezicht verscheen om zijn kwelling te bekijken.

Uiteindelijk zakte hij tegen de muur aan in een nederlaag. Slaapzucht sloot in op hem als een lijkwade, en hij wist dat het van de kou kwam. Gauw zou hij niks meer willen dan liggen op de vloer en zich eraan overgeven. Hij weigerde zich eraan over te geven. Geen enkele Malfidus zou zich graag neerleggen en doodgaan. Zelfs zelfmoord zou een betere optie zijn.

Draco groef door zijn zak voor de flesjes. Hij hield ze voorzichtig vast, nu hij zijn vingertoppen niet meer kon voelen. Hij keek in de glazen flesjes in sardonische amusement. Hij had geluk dat de dopjes eenkleurig waren. Kleuren waren onmogelijk om te zien in de dichte duisternis die hem omringde. Zoals het was, duurde het enkele minuten van het knipperen door ijs bedekte wimpers voor het bepalen van de kleur van de zwakke bleekheid van een dop, die het onderscheidde van de ander.

Onmenselijk of dood. Het was een moeilijkere keus dan Draco ooit had gedacht, vooral met de kou die op hem neerdrukte en hem een rustige vergetelheid bood. Uiteindelijk was het de belofte voor wraak dat het voor hem besliste. Onmenselijk was nog in leven, en in leven betekende wraakneming.

Het was bijna een keuze als een dispuut. Zijn bevroren vingers konden niet de kurken dop van het flesje af halen. Hij trok eraan en snikte half in wanhoop, voordat hij eindelijk besliste om zijn tanden te gebruiken. Zelfs dan moest hij het herhaaldelijk proberen, aangezien de fles steeds uit zijn handen glipte. Uiteindelijk werd de koppige kurk al losser en floepte eraf. Draco zijn tanden klapperde zo hevig op elkaar dat hij zich af vroeg hoe hij het op moest drinken. Hij dwong zichzelf te ontspannen en hield het flesje beet in beide handen, kiepte het achterover, en dumpte de inhoud in zijn mond.

Het kostte al zijn wilskracht om het door te slikken en om het daar te houden. De smaak was erger dan verachtelijk en de textuur ervan was dik, olieachtig, en riep herinneringen op van braaksel of gestold bloed.

Wanneer de inhoud zijn maag raakte, vergat Draco inconsequente gedachtes als smaak en textuur. Hij schreeuwde luid wanneer pijn door hem heen explodeerde, het begon in zijn darmen en raasde door elke zenuwuiteinde. De foltering ging door en door tot hij wist dat zijn onbekende aanvallers hadden gelogen en beide flesjes gevuld waren met het ergste vergif mogelijk.

En toen veranderde de pijn. Het nam niet af, oh nee, maar het veranderde in hevigheid. Waar Draco het eerst koud had, was het nu warm, alsof hij in vlammen gedoopt was. Hij probeerde naar zijn handen te kijken, sinds hij zeker wist dat ze in brand stonden, of aan het smelten waren, maar meer dan alleen de omringende duisternis verblindde hem. De pijn leek zich te centreren op zijn rug, bij zijn schouderbladen. Hij voelde zijn vlees zich letterlijk uit elkaar scheuren en hij schreeuwde opnieuw. Het was te veel, en Draco gaf zich graag over aan de duisternis.

Het eerste wat hij merkte is dat hij het niet koud had. Het tweede wat hij merkte was dat hij nog steeds verdomde oncomfortabel was, ondanks dat hij het warm had. Draco opende zijn ogen in het gedimde licht en de blanco stenen. Hij ging voorzichtig rechtop zitten and merkte met opluchting op dat hij ten minste gedeeltelijk menselijk was. Hij kon zijn handen zien en ze zagen er normaal uit. Hij deed een snelle mentale controle en dacht dat hij zich wel goed voelde. Er was een zware last op zijn schouders, maar verder was alles intact. Hij stond voorzichtig op en verloor bijna zijn evenwicht; hij ving zichzelf op tegen de muur, nog catalogiserend. Hij was nog steeds in de verdomde put, wat geen verassing was. Zijn voeten waren normaal. Benen waren normaal. Draco greep naar zijn kruis. Dat was normaal, Merlijn zij dank.

Draco slaakte een zucht van verluchting en merkte dat een grote wolk van mist zijn mond verliet. De vloer was bestrooid met een dikke laag sneeuw, maar Draco had het niet koud. Hij boog zijn vingers en voelde geen stijfheid, geen koelheid, en geen spoor van vorstschade.

Wat ben ik dan, in Godsnaam? Toch een Vampier? Weerwolf? Beide waren onaangenaam, maar niet ondraaglijk.

En toen boog Draco spieren die hij eerst niet had en ving een glimp van veren over zijn schouder. Hij draaide zich snel om, denkende dat hij niet meer alleen was, maar hij verloor zijn evenwicht voor een tweede keer. Hij viel op de vloer en landde op iets wat hem een bijna abnormale steek van pijn gaf. Draco viel op zijn eigen vleugel.

Hij staarde naar de rand van de vleugel, wat uitstak onder zijn been en greep de veren in ongeloof. Veren. Hij reek over zijn schouder en een ziekelijke sensatie veroorzaakte dat zijn maag rondslingerde.

Vleugels.

Hij had vleugels.

Alleen al de onwerkelijkheid greep hem bij verrassing en hij lachte in waanzin. Vleugels. Ik ben een gevleugelde Malfidus. De gedachte vernietigde de korte duur van het amusement. Hij was geen Malfidus meer. Hij was geen eens een mens. Hij was abnormaal. Draco's knieën knikte door de gedachte, en zijn vleugels fladderde een beetje om zijn balans te houden. De beweging maakte de laatste restanten van zijn gewaad los – ze waren blijkbaar al versnipperd toen zijn vleugels tevoorschijn kwamen. Draco scheurde het materiaal en gooide het bijna weg, voordat hij zich het glazen flesje herinnerde. Hij pakte het uit zijn zak en stopte het in de zak van zijn broek, denkende dat het misschien nog van pas zou komen. Bij nader inzien pakte hij het lege flesje ook op, drukte de kurk erop, en stopte het bij het andere flesje.

Hij keek naar de cirkel met licht boven hem. Het was nog steeds de kleur van lood en een paar willekeurige sneeuwvlokken dwarrelde naar beneden. Ze konden hem geen pijn meer doen, ten minste. Hij had het totaal niet koud.

Draco boog zijn vleugels en begon te leren hoe te vliegen.


A/N: Goed begin, toch? 'kweenie wanneer het volgende hoofdstuk eraan komt...