Hoofdstuk: Een andere werkelijkheid

Ik opende mijn ogen langzaam en zag dat ik terecht was gekomen op een rare plek de bomen hingen op de kop links en rechts zelf binnenste buiten ik keek veder om me heen het gras was blauw de lucht groen. Waar was ik in vrede's naam beland ik hoorde een muziekje om me heen en ik herkende het melodie meteen Oracleaon het geluid van de Selma toren. Hoe verder ik om me heen kijk hoe raarder het werd. Ik was bang maar tegelijk ook meteen nieuwsgierig naar de nieuwe wereld ? Waar ik terecht was gekomen. Eerst tijd reizen dan naar een andere dimensie? Ik begon me af te vragen waar iedereen was gebleven. Het laatste dat ik me nog kon herinneren was dat ik de spiegel in mijn kamer aanraakte en naar voren viel vanaf dat moment werdt alles wazig. Nee dat kon niet het was gewoon absurd ik kon toch niet door een spiegel reizen absurd er moest een andere verklaring voor zijn ik wist het gewoon iets mis met het holografische dek misschien nee dat kon niet al rook het hier naar rozen parfum en was de lucht groen zo geavanceerd was die machine niet. De meest waarschijnlijke optie die nog overbleef was dat er iets mis gegaan was met de telepoteur ja dat moest het zijn of niet. Hoe dan ook ik kon hier niet blijven staan dus ik ging op zoek naar de rest en begon te lopen.

Tussen de bomen door dat bracht me op een idee de bomen hoe raar ze er ook uitzagen vanaf een hoog punt kon ik meer zien dus ik besloot om in een van de bomen te klimmen.

Toen ik eenmaal bijna de top had bereikt hoorde ik plotseling een stem achter me.

"Hallo Kylie en welkom" Zei de stem tegen me het geluid van de stem leek van achteren te komen dus ik keek om maar zag niks.

"Kijken zoeken en zien zijn de dingen die we doen" Zong de stem op een vals toontje

"Hoe weet je mij naam? En wie ben jij en waar ben ik"

"Vragen vraen laat ik het eisje mar eens gouw gaan plagen" zong de stem

"Wie ben je?" Vroeg ik omdat ik wou weten wie het was en waarom ik hier was en nog belangrijker nog waarom. Ik bleef zoeken maar kon niks vinden.

De stem bleef stil en ik vervolgde mijn weg naar de top.

Eenmaal aangekomen wist ik een ding zeker ik was niet op de planeet of op het schip dit dit was een grote chaos en gekte alles alles wat ik wist en normale vond was nu verdwenen. Was ik misschien gek geworden ik keek om me heen vliegende halve porselein theekopjes met vleugels vlogen in de groene lucht waar was ik in godsnaam beland de rivier over de kwart oranje berg was paars? Ik keek op mijn horloge het enige ding wat ik bij me had maar zelfs die wijzerplaten gingen naar voren en naar achter. Ik schrok en verloor mijn evenwicht van de plotselinge stem achter me maar inplaats van dat ik naar beneden viel viel ik verticaal rechts naar beneden.

Geen zwaarte krach geen tijd kleuren die niet klopte was er dan niets normaals hier.