Hoi mensen!

Het tweede hoofdstuk, zoals beloofd. Had vandaag een dag vrij, heerlijk! Alleen balen van het slechte weer.

Florreke, LauraTwilightHungergamesHPfa n, heel erg bedankt voor jullie reviews.

Ik geloof dat je al een aantal theorieën begint te ontwikkelen, Florreke. Damon komt jammer maar helaas nog niet (officieel) in dit hoofdstuk voor. Je zult het wel zien ;) En haar grootouders... Die zullen in een later hoofdstuk opkomen dagen. Maar je zult het wel zien.

LauraTwilightHungergamesHPfa n, ik ga je een geheimpje verklapen. When The Past Catches Up gaat absoluut niet zo eindigen als Eclipse, noch zoals de film is geëindigd. Heeft dat je nieuwsgierig gemaakt?

Anyway, door met het hoofdstuk. Victoria zal hier in voor komen en ik ga hem eindigen met een cliffhanger. Gemeen, hè?

Ik zal jullie niet meer langer ophouden. Veel leesplezier en review alsjeblieft.

XxX Emmetje


When The Past Catches Up

Chapter 2

The Stranger


Rachel opende de deur en liep weer het huis in. Ze vond Janet in de woonkamer op de bank en Charles zat naast haar in zijn uniform en met een krant in zijn handen.

'Hey, pap. Jij bent vroeg thuis.' Ze plofte tussen hen in. 'Is er iets aan de hand?'

'Die moorden en verdwijningen,' zei Charles die haar de voorpagina liet zien. 'Ze beginnen zich steeds meer en meer op te stapelen.'

'Maar dat is in Seattle,' zei Rachel. 'Wat heeft dat met Forks te maken?'

'Er zijn hier ook mensen verdwenen, lieverd,' zei Janet. 'En die aanvallen van dieren. Ze zeggen dat het het werk is van een seriemoordenaar.'

'Wat hebben de moorden en verdwijningen in Seattle te maken met de aanvallen hier?'

'Er zijn berichten dat verschillende van de moorden…' Charles zuchtte. 'De meeste moorden worden omschreven als dat van het werk van een beest.'

'Dus jullie denken dat het dezelfde dader?' vroeg Rachel.

'Die mogelijkheid is er,' zei Charles. 'Waar ben jij geweest?'

'Ik heb rondgelopen.'

'In het bos? Alweer?'

Rachel knikte. 'Het helpt me om te concentreren op mijn examens.'

Charles trok zijn wenkbrauwen op. 'Met Edward rond hangen helpt je om je te concentreren op je examens?'

'Hoe wist je dat hij er ook was?'

'Oh,' zei Janet enthousiast. 'Zijn jullie weer samen?'

'Nee, absoluut niet,' zei Rachel. 'Maar het begint een beetje raar te worden. Zodra ik het bos in loopt, dan is hij er ook.'

'Ik kan een straatverbod voor je regelen,' opperde Charles haast opgewonden.

'Dat is een beetje overdreven, vind je ook niet?' vroeg Janet.

'De jongen heeft problemen. Iedereen kan dat zien.'

'Maar een straatverbod?'

'Het gebeurt vaak genoeg dat meiden hun exen niet terug willen nemen en dat ze dan stalkerachtige trekjes beginnen te ontwikkelen.'

'Dat had hij al,' zei Rachel.

Charles gebaarde naar haar, alsof ze zijn punt bewees. 'Dat zijn de jongens waar je altijd het meest op moet letten want dat zijn degenen die het niet kunnen verdragen dat 'hun' meisje een nieuwe vriend krijgt en dat blijken uiteindelijk degenen te zijn die 'hun' meisje en haar nieuwe vriend of in het ziekenhuis slaan of zelfs vermoorden.'

'Edward zou nooit zover gaan,' protesteerde Janet. 'Hij is een prima jongen.'

'Die veel te snel rijdt en stalkerachtige trekjes heeft,' mompelde Rachel.

'Wat is je probleem toch met hem, Charles? Je hebt hem nooit gemogen. En je probeert hem zo wanhopig bij Rachel uit de buurt te houden.'

'Het is niet gezond, hoeveel hij soms om haar heen hangt. Ik wil gewoon dat ze wat afstand van hem heeft zodat ze normaal kan nadenken en haar eigen keuzes kan maken en tot de conclusie kan komen, helemaal alleen, wat goed voor haar is en wat niet.'

'Misschien moet je maar gewoon accepteren dat Edward altijd wel in haar leven zal zijn.'

'Mam, pap,' zei Rachel aarzelend. 'Ik zit er nog gewoon bij.'

'Oh, sorry, lieverd,' zei Janet snel. 'Ik had je trouwens thee en brownies beloofd. Ik zal ze wel snel even pakken.'

Ze stond op en liep de woonkamer uit en Charles maakte gebruik van dat moment. 'Billy kwam vandaag langs. Op het bureau. Billy Black.'

Rachels gezicht kwam ongemakkelijk te staan. 'Werkelijk? Wat wou hij?'

'Vanmorgen heeft één van de jongere kinderen de overblijfselen van iemand gevonden op het strand. Het bleek een meisje te zijn van ongeveer jouw leeftijd. Haar ouders hadden haar nog niet eens gemist en iemand had benzine over haar heen gegooid en haar in brand gestoken, waarschijnlijk om het bewijs te vernietigen.'

Rachel staarde hem geschokt aan. 'Is dat de eerste?'

'Tweede. Ze hebben ook al het stoffelijk overschot van een man gevonden. Eerst dachten ze dat het ongeluk was want ze vonden hem in zijn auto die helemaal uitgebrand was en die auto stond aan de kant van de weg tegen een boom aan. Maar ze beginnen nu te twijfelen. En ik trouwens ook.'

'Dus hij kwam dat melden. Okay.'

'We hebben het ook nog even over Jacob gehad. Billy zegt dat hij door een lastige periode gaat en dat hij depressief is. Wanneer was de laatste keer dat je hem hebt gezien?'

'Ongeveer twee maand geleden,' antwoordde Rachel die met de onderkant van haar shirt begon te spelen.

'Precies. Je hebt nog steeds veel vrijheid, Rachel, ondanks de examens. Zoek hem toch weer eens op of bel hem.'

'Ik bel,' zei Rachel nu wat verontwaardigd. 'Ik bel bijna iedere week wel. Soms wel drie keer in een week. Maar hij neemt nooit op en als ik iets inspreek dan belt hij nooit terug. Heeft Billy je dat niet verteld?'

'Misschien moet je hem gewoon opzoeken,' zei Charles. 'Ik weet nog toen het jij was die door een lastige periode ging. En er was niets dat wij voor je konden doen. Maar Jacob kon dat wel. Ik weet zeker dat jij dat ook bij hem kunt. Denk erover na, okay?'

Rachel knikte en Janet kwam weer de kamer ingelopen. Ze droeg een dienblad en een grote grijns op haar gezicht. 'Ga zitten en laat jullie verwennen door de heerlijke zaligheid die Janets brownies worden genoemd.'

Rachel en Charles lachten wat. 'Janet, lieverd, je bent prettig gestoord.'

'Altijd al geweest.' Janet zette het blad op de koffietafel neer. 'En zal ik altijd ook wel zijn.'


Die avond hing Rachel met Emily Young aan de telefoon. Emily woonde ook in La Push en was Sam Uley's verloofde. Sam was de alfa van de weerwolvenroedel.

'Ja, Charles had gelijk. Jacob is niet zichzelf. Hij is erg down.'

'Ik wil het goed met hem maken,' zei Rachel die op haar bed hing. 'Ik blijf hem bellen maar hij neemt nooit op.'

'Hij weet niet wat hij moet doen. De jongens worden gek van hem. Hij blijft maar over je praten.'

Rachel stond op van haar bed en keek uit haar raam. 'Charles vertelde me ook over die twee lichamen die zijn gevonden.'

Emily zuchtte aan de andere kant van de telefoon. 'Ja, het is een gekkenhuis hier. Twee doden, allebei verbrand, geen aanwijzingen achter gelaten. Dat en ze hebben op één van hun rondes iemand zien rondsluipen. Een vreemde. Zodra hij hen opmerkte was hij weg en hij was te snel voor hen om te grijpen en hij liet het lichaam van een jonge vrouw achter. Gebroken nek.'

Rachel fronste. 'Denkt Sam dat het een Vampier is?'

'Ik mag je dit eigenlijk niet van hem vertellen,' zei Emily. 'Maar wat maakt het ook uit. Ik vertrouw je genoeg om je dit kleine geheimpje te vertellen.'

'Ik zal het niemand vertellen,' beloofde Rachel met een kleine glimlach terwijl ze haar rug naar het raam draaide.

'Ik hoorde hen erover praten tijdens het eten. Hij was snel, te snel voor hen om te pakken te krijgen. Dat betekent dat hij iets bovennatuurlijks is. Maar het rook niet als een Vampier en ze hebben de geur ook niet nogmaals opgepakt dus ze zijn bang dat hij misschien iets is dat zijn geur kan veranderen.'

'Echt? Wow, dat is heftig.'

'Begint het al freakie te worden?'

'Nee, maar het is wel raar. Nog niet zo raar dat het freakie is maar wel raar.'

'Ik weet het. Het gaf me de rillingen toen ik het hoorde. Kun je het je voorstellen? Iets dat zijn geur van veranderen en sneller is dan onze jongens die weer sneller zijn dan Vampiers? Ik bedoel, wat kan het zijn?'

'Misschien toch onze boze tuinkabouters?'

Beide vrouwen lachten. 'Ja, wie weet. Je denkt toch niet dat heksen super snel kunnen rennen, hè?'

'Tenzij ze een raar soort spreuk gebruiken, ik denk het niet. Maar wie weet wat er nog wel niet allemaal door buiten rondloopt.'

'Oh, ik moet hangen. Sam komt eraan. Kom je snel weer een keer langs?'

'Ik zal het proberen. Maar je weet het, hè? Ik heb het echt heel druk met school en de examens.'

'Oh, dat was ik alweer helemaal vergeten! Hoe gaat het daarmee?'

'Het gaat,' antwoordde Rachel. 'Ik heb zelf ook wat problemen die ik probeer op te lossen maar dat wil nog niet zo goed.'

'Hey, Sam. Nee, we zijn aan het afronden.' Rachel glimlachte. 'Nog veel succes en als je ook maar even de kans krijgt, kom de langs. Je wordt gemist. En probeer het alsjeblieft goed te maken met Jacob.'

'Zal ik doen. Tot snel, Emily.'

'Ja, tot snel. Bye.'

'Bye.'

Rachel zuchtte en hing op. Toen keek ze naar de klok en nam ze een besluit. Een snel bezoekje aan Jacob zou toch geen kwaad kunnen? Om het te proberen goed te maken?

Ze trok haar schoenen aan en één van haar leren jassen en liep zachtjes de trap af naar beneden. Janet en Charles lagen al op bed en sliepen net en zouden waarschijnlijk wakker worden van zelfs maar het zachtste geluid.

Eenmaal beneden stapte ze in haar Mini en draaide de sleutel om. De motor maakte een raar geluid maar startte niet. Rachel fronste en probeerde het nogmaals maar hetzelfde geluid was te horen en weer startte de auto niet.

Nijdig gaf ze een klap tegen het stuur aan, om vervolgens een gil te geven toen iemand uit het niets op haar raampje klopte. Edward.

Ze rolde het raampje naar beneden. 'Je liet me schrikken.' Hij keek haar doordringend aan. 'Wat doe je hier?'

'Je gaat naar het reservaat.'

Rachel keek hem verward aan. 'Hoe wist je…' Toen begon er iets bij haar te dagen. 'Alice zag me de keuze maken.' Toen begon er nog meer bij haar te dagen. 'Heb jij iets met mijn auto gedaan waardoor hij niet wil starten?'

'Rachel, je moet begrijpen dat jouw veiligheid alles voor me betekent.'

Dat zei genoeg en Rachel staarde hem ongelovig met half open mond aan. 'Jij hebt met mijn auto geknoeid om te voorkomen dat ik Jacob zou opzoeken. Geweldig.' Ze opende de deur waardoor hij gedwongen een paar stappen achteruit moest doen en stapte uit. 'Je doet het weer, Edward. Je maakt weer mijn besluiten. Als ik Jake wil zien dan mag ik dat. En hij zou mij nooit pijn doen.'

'Niet met opzet maar de wolven hebben geen controle.'

'Jullie zijn degenen die geen controle hebben,' beet Rachel hem toe. 'Jullie hebben geen controle over wanneer jullie uit iemands leven moeten blijven en je niet moeten bemoeien met besluiten die genomen zullen worden of al genomen zijn. Ik heb hem al weken niet gesproken. Hij belt niet, hij sms't niet. En dat allemaal omdat jullie terug zijn. Het spijt me, maar ik wil geen vriendschap hebben die een andere vriendschap opoffert.'

'Rachel, je luistert niet naar me.'

'Nee, jij luistert niet naar mij! Hoe vaak moet ik het nog zeggen voordat het eindelijk tot je doordringt dat mijn besluiten mijn besluiten zijn en dat jij niet besluit wat wel of niet goed voor me is?!' Ze gaf een zachte geïrriteerde gil. 'Het dringt maar niet tot je door!'

'Rachel…'

'Ga weg, okay? Ga weg en waag het niet om de rest van de avond terug te komen. Je blijft uit mijn buurt en je gaat de reparaties voor mijn auto ook betalen anders zul je het bezuren. Ben ik nu wel duidelijk?'

Edward knikte. 'Heel duidelijk.'

'Wegwezen. Nu,' beet Rachel hem toe terwijl ze haar autodeur dicht gooide en terug naar de voordeur liep. Tegen de tijd dat ze die had bereikt was Edward weer weg. Maar eenmaal binnen ging ze niet terug naar haar slaapkamer maar ze plofte neer op de bank in de woonkamer. Hij was ook niet te geloven.

'Rachel…'

'Rachel…'

'Mijn lieveling…'

'Het komt…'

'De tijd begint te dringen…'

'Je moet je haasten…'

'Jij bent de laatste tot zover…'

'De lijn moet overleven…'

Ze waren er weer en zodra ze begonnen te praten drukte Rachel haar handen tegen haar slapen aan. 'Weg. Ga gewoon weg.'

Maar ze gingen niet weg. Ze bleven praten en prater en zelfs nu enkele minuten waren ze er nog steeds.

Ze hield het niet meer uit en haastte naar de voordeur en uit het huis. Ze had frisse lucht nodig om te ademen, om af te koelen. Misschien zou wat frisheid helpen om van hen af te komen.

Ze begon haastig te lopen. Weg van het huis en snel ook. Ze wou niets liever dan gewoon aan de stemmen ontsnappen.

Een koude windvlaag liet haar rillen en ze wreef over haar armen waarna ze haar jas dichter om zich heen trok.

Rachel stopte toen ze het rand van het bos bereikte en staarde naar voren. Het was een slecht idee, om nu het bos in te gaan. Ze keek terug naar het huis en toen terug naar het bos.

'Rachel…'

'Rachel…'

'Rachel…'

'Kom terug…'

'Keer terug naar huis…'

'We wachten op je…'

'Ga weg. Alsjeblieft. Ga weg,' kreunde ze en ze wreef weer over haar slapen.

Maar ze gingen niet weg en ze bleven praten en het deed zo zeer. Het was marteling. Dus liep ze door, dieper en dieper het bos in en dieper de nacht in.

Op een gegeven moment begon ze zelfs te rennen, alleen maar in een poging om aan hen te ontsnappen. Maar ze merkte al snel dat dat ook al niets hielp dus ging ze weer gewoon lopen.

Toen ze iets hoorde bewegen bleef ze direct staan en luisterde goed of ze nogmaals iemand hoorde bewegen. Maar ze hoorde niets.

Ze wou net weer verder gaan lopen toen ze het weer hoorde. Het geluid van iemand die bewoog en snel ook. Dan was er nog het geritsel van bladeren en struiken en het knappen van takjes onder iemands schoenen.

'Wie is daar?' riep ze in een poging om dapper te zijn.

Maar Rachel kreeg geen antwoord behalve van de stemmen in haar hoofd die hetzelfde bleven herhalen. Dus ze liep maar weer door. Dit keer langzaam en dit keer stond ze op scherp en luisterde ze aandachtig of ze iets hoorde.

Een uil die van ergens uit het bos roekoede liet haar dan ook behoorlijk schrikken en zorgde ervoor dat ze een sprongetje van schrik maakte.

Toen ademde ze diep uit en sloot haar ogen en schudde haar hoofd. 'Verman je, Rachel. Je ziet spoken.'

Ze begon weer te lopen. De stemmen begonnen met steeds minder te praten en ze werden steeds zachter, maar ze bleven haar vragen of ze niet alsjeblieft naar huis wou komen omdat ze op haar aan het wachten waren.

En toen, na nog even door te hebben gelopen, werd het stil in haar hoofd en met een zucht van opluchting bleef ze staan. Ze waren weg.

Haar opluchting was echter maar voor korte duur want ze hoorde weer iemand bewegen. Ze keek wild om zich heen maar er was niemand te zien en ze zag nauwelijks een hand voor ogen omdat het zo donker was.

'Oh, ik ook altijd met die goeie ideeën van mij.'

Het voelde alsof er iemand langs haar heen rende. Iemand die heel erg snel kon rennen. Ze voelde zelfs haar haren bewegen door de snelheid ervan.

'Okay, heel grappig, Edward,' zei ze. 'Je hebt je punt wel weer bewezen. Kom nu maar tevoorschijn.'

Er rende weer iemand langs haar heen en het kwam zo onverwacht dat ze een geschrokken kreet slaakte en zich met een ruk omdraaide. Maar er was weer niemand te zien.

'Wie is daar?!' riep ze, beseffend dat het niet Edward was. Maar ze kreeg ook geen antwoord van de persoon die het dan wel was. 'Wie is daar?!' Het bleef doodstil.

En net toen Rachel zich weer begon af te vragen of ze gek begon te worden en het zich allemaal had verbeeld, sprong er opeens iets uit het donker op haar af. Ze werd tegen de grond geduwd en een ijskoude hand sloot zich om haar keel heen. Boven haar gezicht hing nog een ander gezicht dat erg bleek was. Parelwitte tanden waren ontbloot in dat gezicht en er stonden ook twee bloedrode ogen in datzelfde gezicht. Bloedrode ogen die in haar bruine ogen keken. En dat gezicht werd omlijst door wild, rood, krullend haar.

Rachel herkende haar meteen. 'Victoria.'

Victoria's ogen flitsten woedend en haar hand om Rachels keel werd strakker. Ze kneep haar keel dicht.

Rachel hapte verwoed naar adem maar het lukte haar niet om die adem te krijgen. En de greep werd alleen maar strakker en strakker waardoor ze even bang was dat Victoria zoveel kracht op haar keel zou uitoefenen dat ze hem gewoon dicht zou breken.

'Iemand,' smeekte Rachel in haar hoofd. 'Help me.'

Maar er was niemand in de buurt om haar te helpen. Ze was helemaal alleen en dus moest zichzelf ook maar redden.

Het lukte Rachel met moeite om een hand los te krijgen uit de ijzeren greep die de rest van Victoria's lichaam op haar had. Ze duwde de hand in het bleke gezicht en zette haar nagels in de huid. Het was een poging om haar van haar af te krijgen. Maar haar nagels hadden geen nut en Victoria was er niet van onder de indruk. Als ze maar haar krachten had kunnen gebruiken. Maar dat kon ze niet omdat ze zich niet concentreren door het gebrek aan zuurstof.

En door dat gebrek aan zuurstof begon Rachel het langzamerhand ook heel erg benauwd te krijgen en de wereld begon voor haar ogen te draaien en begon wazig te worden.

Toen hoorde ze heel vaag nog iemand bewegen. Het volgende moment werd Victoria van haar afgetrokken en een luid gekraak en een harde plof volgde.

Rachel had daar echter niet zoveel aandacht voor. Ze had veel meer aandacht op het feit dat ze weer de kans had om adem te halen en dat probeerde ze dan ook dankbaar. Gehoest dat het gevolg was van de poging tot verstikking volgde helaas en hielp niet echt mee in haar poging om weer gewoon adem te halen.

Toen het gehoest wat minder begon te worden omdat ze zich op haar buik had gerold, begon ze snel (veel te snel) in en uit te ademen.

Rachel krabbelde langzaam overeind toen het haar lukte om weer iets beter adem te krijgen. Waar was Victoria heen gegaan en wat had haar weggejaagd? Ze tuurde door de duisternis terwijl ze echt heel langzaam overeind kwam en dat deed ze met haar hand tegen haar keel gedrukt.

Ze zou de volgende dag vragen naar haar hoofd geslingerd krijgen over hoe ze die blauwe plekken op haar keel had gekregen.

Ze leunde voorzichtig tegen een boom aan en tuurde weer door de duisternis van de nacht heen maar herkende niets. 'Weg,' fluisterde ze zacht in zichzelf. 'Ik moet hier weg.'

Strompelend begon ze een weg van die plek vandaan te zoeken maar ze had nog maar een paar stappen gezet toen iemand weer uit het donker op haar af sprong.

Dit keer werd ze niet op de grond geduwd maar werd ze half weggegooid en ze belandde tegen een boom. Een boom die een uitstekende tak had en die zich door haar rechterzij boorde.

Rachel gilde het uit van de pijn. Ze had gedacht dat ze nooit meer iets zo pijnlijks zou voelen als het gif dat James had ingebracht in haar bloedbaan maar dit was dat dan.

Ze zette haar voeten tegen de stronk van de boom en zette af waardoor de tak uit haar zij getrokken werd (wat erg pijnlijk was) en daarna viel ze met een harde klap op de grond.

Hete tranen stroomden over haar wangen heen, zo zeer deed het, en ze drukte haar handen tegen haar bloedende zij aan. Ze kon haar bloed door haar vingers voelen glijden. Ja, ze bloedde en behoorlijk ook. Als ze niet snel hulp kreeg zou ze teveel bloed hebben verloren bij de tijd dat ze werd gevonden want ze betwijfelde of ze de kracht had om zelf terug naar de bewoonde wereld te komen.

Ze hoorde iemand weg rennen in een tempo dat ze herkende als dat van een Vampier. Iemand anders bleef echter achter en ze hoorde dat die persoon zijn/haar weg naar haar toe maakte.

Snikkend en doodsbang probeerde ze weg te kruipen maar het lukte haar nauwelijks om te bewegen en ze begon zich zwak te voelen en haar oogleden begonnen zwaar te worden.

De persoon die achter was gebleven knielde voor haar neer en pakte haar voorzichtig vast en hield haar ook al even voorzichtig vast.

Rachel kreunde toen een steek van pijn door haar zij ging. Maar ze was nog niet in zoveel pijn dat ze niet opmerkte dat de armen die haar vasthielden bekend voelden en dat het mannenarmen waren.

Ze kreunde weer toen haar zij weer prikte.

'Sst. Het is goed. Ik heb je,' zei een bekende stem.

Waar kende ze die stem van? Ze wist het niet en ze was te zwak om het zich te herinneren. Haar ogen zakten dicht en het lukte haar niet om ze weer open te krijgen.

'Rachel.' De man die haar vasthield gaf haar een zachte klap in haar gezicht waardoor haar ogen weer even open gingen. 'Rachel, kijk me aan.' Ze kreunde weer zachtjes van de pijn en haar ogen zakten weer dicht. 'Hey, kijk me aan.' Haar hoofd werd voorzichtig door een hand een richting opgedraaid. 'Waar doet het zeer?'

'Zij…' was haar antwoord mompelend. 'Mijn zij…'

'Nog ergens anders? Voelt er iets gebroken aan?' Ze kreunde weer en haar ogen zakten weer dicht. 'Je begint bewustzijn te verliezen. Kijk me aan.' Een duim en wijsvinger sloten zich om haar kin en wendde haar gezicht naar de man toe die haar nog steeds vasthield en in bezorgde en zachte toon tegen haar praatte. 'Rachel, kijk me aan. Focus. Kijk me aan.'

Eindelijk vonden haar ogen de ogen van de man. Ze waren blauw. Zo blauw.

'Rachel…'

'Niet opgeven…'

'Blijf vechten…'

'Je moet het redden…'

'Lieverd, niet doodgaan…'

Een hand streek wat van haar haar naar achteren. 'Het is okay. Alles zal goed komen.'

'Ik hoor stemmen…' fluisterde ze met een zwakke blik in haar ogen.

Een verwarde blik kwam in de blauwe ogen te staan. 'Wat?' Haar ogen zakten weer dicht. 'Nee, Rachel. Blijf bij me. Open je ogen. Rachel.'

Ze kreunde nog een laatste keer voor ze in gaf en het compleet donker en stil om haar heen werd. Ze zakte weg in een diep zwart gat waar ze niets voelde.